X
GO

Het documenteren en milieukundig bijstellen van het KNS en andere bemestingsadviessystemen in de tuinbouw met het oog op een ruimere toepassing in de tuinbouw zoals voorzien in het Actieprogramma 2011-2014 (MAP4) (01/03/2013 - 30/06/2014)

Bloemkool oogstresten minder nitraatuitspoeling 2013

Bloemkool oogstresten minder nitraatuitspoeling 2013

Lange termijnproef: alternatieve rotaties met bloemkool voor minder nitraatuitspoeling van de oogstresten 2013

Auteur: Crappé Sara/zondag 15 december 2013/Categorieën: Openluchtteelt, Koolgewassen, bloemkool, Projecten, Vlaamse Overheid, Dept. L en V, ORES, VLM mestbank, VKNS, Thema, bemesting, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Proefverslag, Niet-leden

Oogstresten van landbouwgewassen vormen een cruciale schakel voor het op peil houden van de bodemvruchtbaarheid. In landbouwecosystemen blijft bij de oogst in veel gevallen meer bovengrondse biomassa achter op het veld dan dat er verwijderd wordt in het geoogste product.

Hierbij moet ook nog de ondergrondse biomassa aan oogstresten gevoegd worden die per definitie op het veld achterblijft en die in een aantal gevallen aanzienlijk kan zijn. Naast een belangrijke rol in opbouw/behoud van organische stof, bevatten oogstresten ook een aanzienlijke hoeveelheid nutriënten.

Deze proef heeft tot doel het evalueren van alternatieve gewasrotaties en vanggewassen bij vollegrondsgroenten, meer bepaald bloemkool.

Hiervoor werd Italiaans raaigras enerzijds als teelt en anderzijds als vanggewas en rogge als vanggewas gezaaid op 2 verschillende tijdstippen na een teelt bloemkool.

Van het raaigras dat als teelt wordt beschouwd, wordt in het voorjaar een snede gemaaid. De N-toestand van de bodem wordt opgevolgd met behulp van bodemstaalnames. Deze proef loopt over 2 jaar, waarbij het tweede jaar een herhaling is van het eerste.

Resultaten
De uitgebreide resultatentabellen en -grafieken kunnen in het bijhorend rapport geraadpleegd worden.

Bespreking

De opbrengst aan biomassa was in alle objecten vergelijkbaar, er werd dus overal een gelijke hoeveelheid biomassa ondergewerkt na de eerste oogst. Deze biomassa had ook een vergelijkbare nutriënteninhoud, dit bleek uit de gewasanalyses. Opvallend was wel het verschil in nutriënteninhoud van de gewasdelen tussen de eerste en tweede vrucht bloemkool. Vooral voor de koolstofinhoud van de gewasdelen werd een opmerkelijk lagere waarde bekomen dan bij de tweede vrucht.

De grafiek van de minerale stikstofinhoud in de bodem kon visueel aantonen dat de vanggewassen die vroeg ingezaaid werden, wel degelijk een effect hadden op de residuele stikstof. Daar waar de stikstofinhoud in de bodem na oogst van de tweede vrucht bloemkool nog steeg door mineralisatie, ligt het nitraatresidu in de object met vanggewas lager door de stikstofopname van het vanggewas. 

Tussen de twee types vanggewassen: Italiaans raaigras en rogge, was er nagenoeg geen verschil. De late inzaai had geen effect, de opkomst was daar te laag om een significante hoeveelheid stikstof op te nemen.

Uit de gewasanalyses kwam duidelijk naar voor dat bloemkool een nutriëntenrijk gewas is, vooral de stikstofinhoud van de bladeren was erg hoog. Het is deze bladmassa die achter blijft op het veld na de oogst, gaat verteren en nutriënten levert aan de volgende teelt, met deze input moet dus zeker rekening gehouden worden voor de bemesting van de volgteelt.

Voor de oogst van de tweede vrucht toonden de bodemanalyseresultaten dat de tweede vrucht, net als het vanggewas dat ingezaaid werd na de eerste teelt, goed in staat was om de stikstof uit de bodem op te nemen. Het was maar na de oogst van de tweede vrucht dat er wat verschil kwam in de bodemanalyseresultaten tussen de verschillende behandelingen. 

Besluit
Om effect te hebben van vanggewassen is het belangrijk dat deze tijdig ingezaaid worden. Bij een dubbele bloemkoolteelt waar na de eerste vrucht, nog een tweede vrucht volgt, is tijdig inzaaien onmogelijk.

Bij vroege inzaai kunnen de vanggewassen zich nog goed ontwikkelen en een aanzienlijke hoeveelheid stikstof uit de bodem opnemen en vastleggen.

Bij late inzaai is de opkomst heel gering en wordt een verwaarloosbare hoeveelheid stikstof opgenomen door het vanggewas. In deze proef worden Italiaans raaigras en rogge als vanggewas ingezaaid, beide geven een vergelijkbaar resultaat.

Na de eerste vrucht bloemkool geeft het nitraatresidu nog geen probleem, er is dan nog tijd genoeg om in te grijpen en ook een tweede vrucht bloemkool neemt nog heel wat stikstof uit de bodem op.

Belangrijk is dan om bij de bemesting rekening te houden met de stikstof die nog vrijgesteld kan worden uit de oogstresten van de vorige teelt.

Pas na de oogst van de tweede vrucht duiken wat problemen op met mineralisatie en nitraatresidu die op dat moment niet meer opgevangen kunnen worden met inzaai van een vanggewas.

Volledig rapport Alternatieve rotaties met bloemkool voor minder nitraatuitspoeling 2013

publicatiejaar2013
afdelingOpen lucht
Teelt of thema
  • Bloemkool
Print

Aantal keer bekeken (4512)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x