X
GO

Afgelopen projecten 2013 - 2012

Organische bemesting en MAP 4 doorheen de biologische sector (01/01/2012 - 31/12/2013)

Coördinator:

  • CCBT (Coördinatiecentrum voor Praktijkonderzoek Biologische Teelt)

Projectpartners:

  • PCG (Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen)
  • Inagro - afdeling bio (Innovatief en duurzaam Agrarisch Ondernemen)
  • PPK (Provinciaal Proefcentrum voor Kleinfruit 'Pamel')
  • Pcfruit (Proefcentrum voor de Fruitteelt)
  • Proefbedrijf Pluimveehouderij
  • Bioforum

            

Organische bemesting en MAP4 doorheen de biologische sector Het project heeft als doel de biologische boeren te ondersteunen bij de implementatie van MAP4 via demonstratie en sensibilisering van organische bemestingspraktijken over de verschillende sectoren heen. Hierbij wordt rekening gehouden met het bodembeheer en het organische stofgehalte alsook met de intentie om tot gesloten biologische kringlopen te komen, zowel op niveau van het eigen bedrijf, als op niveau van de biosector in zijn geheel. Ook voor bedrijfseconomische randvoorwaarden zal er aandacht zijn.

Het project loopt van januari 2012 tot december 2013 en wordt uitgevoerd door de leden-proefcentra van CCBT: Inagro (afdeling bio), PCG, PPK, PCFruit en Proefbedrijf Pluimveehouderij, in samenwerking met BioForum.

PCG zal zich binnen dit project op twee luiken toespitsen. Enerzijds het opvolgen, en op die manier minimaliseren van de uitspoeling; anderzijds een optimale (bij)bemesting ten behoeve van de plant. In twee afdelingen van de biologische serre van het PCG zal de vruchtgroenteteelt komkommer aangelegd worden waarbij het verschil tussen dierlijke en plantaardige bemesting zal worden nagegaan, alsook de toepasbaarheid van verschillende types bijbemesting, zoals bloedmeel, kippenmestkorrels, sojaschroot en moutkiemen. Hierbij zal niet alleen gekeken worden naar de stikstoftoediening, maar ook het toedienen van fosfor van deze samengestelde meststoffen wordt bijgehouden. Door op frequente basis zowel bodem als bodemvocht (aan de hand van peilbuizen die in elk object zullen geplaatst worden) te analyseren, wordt de bemesting zo goed mogelijk afgestemd op de behoefte van het gewas.

Via de nieuwskanalen van het CCBT en PCG, voor wat betreft bio beschutte teelten, zal u op de hoogte gehouden worden over de vorderingen, de activiteiten en de resultaten binnen dit project. In elk van deze twee afdelingen zullen eveneens tensiometerstations geplaatst worden om op die manier de waterbeweging in de bodem te volgen en de uitspoeling in kaart te brengen. Om ook een zicht te krijgen op het gedrag van bodemvocht in de teelten paprika en tomaat worden ook deze, zij het minder intensief, opgevolgd.

Op locatie zal op één bedrijf (’t Groene Evenwicht – Assenede) eveneens een komkommer-, tomaat- en paprikateelt opgevolgd worden zodat de gegevens onderling kunnen geanalyseerd, vergeleken en geïnterpreteerd worden.

In januari - februari 2013 worden de resultaten gepubliceerd en wordt een kostprijsberekening van de verschillende uitgeteste handelsmeststoffen uitgevoerd. Hierbij wordt niet enkel gekeken naar het verschil in kostprijs van de handelsmeststoffen per eenheid stikstof, maar ook het verschil in opbrengst wordt in rekening gebracht.

Meer info?
Carmen Landuyt (CCBT)
Justine Dewitte (PCG)

 

 

Komkommer bemesting najaar bio 2012

Komkommer bemesting najaar bio 2012

Biologische teelt bemestingsproef komkommer najaarsteelt 2012

Bemestingsonderzoek in biokommer met verteerde stalmest, groencompost, bloedmeel, gedroogde kippenmest, sojaschroot en moutkiemen.

zaterdag 15 december 2012/Auteur: DEWITTE JUSTINE/Aantal keer bekeken (5467)/Commentaren (0)/
RSS

Telen zonder spuistroom in de glastuinbouw (01/01/2012 - 31/12/2013)

Coördinator:

  • PCH (Proefcentrum Hoogstraten)

Partners:

  • PCG (Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen)
  • Inagro (Innovatief en duurzaam Agrarisch Ondernemen)
  • PSKW (Proefstation voor de Groenteteelt)
  • PCS (Proefcentrum voor de Sierteelt)

 

Samenvatting:
Sinds de uitvaarding van de Nitraatrichtlijn en de oprichting van de MAP-meetpunten wordt de norm van 50 mg NO3 –/l nog te veel overschreden met name in gebieden met veel glastuinbouw. Dit project wil via bewustmaking de teler van vruchtgroenten, snijbloemen en poten perkplanten aanzetten tot een meer doorgedreven hergebruik van drainwater zodat de hoeveelheid spui drastisch kan worden gereduceerd en eventueel kan voorkomen worden. Voor telers die niet zonder spui kunnen telen, wordt een alternatieve,biologische zuiveringsstrategie gedemonstreerd.

Inhoud:
Sinds de uitvaardiging van de Europese Nitraatrichtlijn werden in Vlaanderen kwetsbare zones opgesteld en acties ondernomen om de verontreiniging door stikstofverbindingen te verminderen. Vlaanderen beschikt momenteel over een specifiek meetnet (MAP-meetnet) dat de kwaliteit van het oppervlaktewater opvolgt. Volgens de VLM hebben 17% van de stalen en 33% van de MAP-meetpunten de norm van 50 mg NO3 –/l tijdens het winterjaar 2009-2010 overschreden.

De situatie is zeer streekgebonden en het verband met de intensieve veehouderij maar ook met de glastuinbouw komt duidelijk naar voor. Glastuinbouwgebieden vertonen tijdens de zomer soms grote overschrijdingen van de nitraatnorm, deze overschrijdingen zijn niet toe te schrijven aan andere sectoren. Voor vruchtgroenten en sierteelt gewassen is het, mits een aantal randvoorwaarden, theoretisch mogelijk om een volledige gesloten waterkringloop te vormen. Telers die toch spuien doen dit vaak uit veiligheidsoverwegingen of zijn zich onvoldoende bewust van de hoeveelheden en de samenstelling van de spui die ze produceren. In dit project is het de bedoeling om de telers via bewustmaking aan te zetten tot een meer doorgedreven hergebruik van drainwater zodat de hoeveelheid spui drastisch kan worden gereduceerd en eventueel voorkomen worden. Dit zou de MAP-meetpunten op plaatsen waar veel glastuinbouw aanwezig is, moeten verbeteren.

De focus wordt tijdens dit project gelegd op voldoende opslagcapaciteit voor hemelwater binnen het bedrijf, bepaalde technische ingrepen en het verwijderen van nitraat en fosfaat uit de spuistroom. Voor de belangrijkste vruchtgroenten (tomaat, paprika, komkommer), een snijbloembedrijf en twee perk- en potplantenbedrijven zal de benodigde opslagcapaciteit voor hemelwater worden herberekend. Dertien bedrijven zullen gedurende twee jaar intensief worden opgevolgd. De opvolging omvat het in kaart brengen van de waterstromen, een continue registratie van de watergift en van de hoeveelheid drain gedurende de hele teelt, een inventarisatie van de spuistroom en een opsomming van de maatregelen om spui te reduceren die de teler momenteel neemt.

Via demonstratieactiviteiten en bezoeken aan praktijkbedrijven trachten we de telers te sensibiliseren over de impact op de waterkwaliteit als deze spui geloosd wordt. Het demonstreren van waterbeheer en technieken om spui te reduceren op verschillende bedrijven behoort tot één van onze taken. Niet voor alle bedrijven zal het mogelijk zijn om de spuistroom tot nul te herleiden. Een chemische reductie van nitraat en fosfaat uit spuiwater vergt te hoge investerings- en werkingskosten.

Een alternatieve en biologische zuiveringsstrategie zal tijdens de projectperiode gedemonstreerd worden. Specifiek wordt geopteerd voor de behandeling van het water aan de hand van een 'Upflow Denitrification Filter'. Dit systeem heeft als voordeel dat slechts een beperkte aangroei van biomassa plaatsvindt, het beschikt over een eenvoudige procesvoering en is beter bestand tegen piekbelastingen en eventuele periodes zonder voeding, wat typerend is op tuinbouwbedrijven. Om de praktische haalbaarheid en betrouwbaarheid van de voorgestelde zuiveringsstrategie aan te tonen, worden twee demo cases telkens bij een verschillend tuinbouwbedrijf voorzien.

De oprichting van een projectgroep staat de partners toe om tweemaal per jaar de stand van zaken van het project en de behaalde resultaten naar voor te brengen. Ook tweemaal per jaar zal er gezamenlijk vergaderd worden met alle opgevolgde praktijkbedrijven. Hierbij zullen ook de installateurs en de teeltvoorlichters uitgenodigd worden. Uit ervaring is reeds gebleken dat de input van de telers zelf hierin heel waardevol is daar zij met alle aspecten van hun bedrijfsvoering rekening houden. Zo ontstaat ook een wisselwerking waarbij de telers onderling van elkaar tips opsteken.

Meer info?
Elise Vandewoestijne

Brochure Telen zonder spui in de glastuinbouw

Brochure Telen zonder spui in de glastuinbouw

Praktijkgids kwam tot stand dankzij het ADLO-project: “Telen zonder spui in de glastuinbouw”

Deze brochure overloopt een voor een de verschillende bronnen van spuistroom en ander nutriëntrijk restwater, kijkt naar de achterliggende oorzaken en stelt mogelijke oplossingen voor. Daarna volgt een uitgebreide uiteenzetting van het uitrijden van spuistroom en van het verwerken ervan met een denitrificatie- en fosfaatfilter. De principes van deze methoden worden omschreven en er wordt de nodige aandacht besteed aan de economische afwegingen. Een laatste gedeelte is integraal gewijd aan de correcte dimensionering van een hemelwaterbassin. Wil men spuistroom vermijden, dan is voldoende kwalitatief uitgangswater immers een absolute must.

vrijdag 9 mei 2014/Auteur: Vandewoestijne Elise/Aantal keer bekeken (9756)/Commentaren (0)/
RSS

Residuarm telen van bladgewassen onder glas ( 1/07/2010 - 30/06/2012)

Coördinator:

  • PCG (Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen)

Projectpartners:

  • PSKW (Proefstation voor de Groenteteelt)
  • Inagro (Innovatief en duurzaam Agrarisch Ondernemen)

                                     

Inleiding
Residu is een hot item tegenwoordig. Steeds strengere eisen worden opgelegd vanuit de afzet met betrekking tot residu in bladgewassen: maximaal 5 actieve stoffen, teruggevonden residu-waarden lager dan 1/3 van de MRL, ... Om aan tuinders de mogelijkheden te demonstreren om aan deze specifieke eisen te voldoen zal op 1 juli 2010 een tweejarig demonstratieproject Duurzame Landbouw starten met de financiële steun van de Vlaamse overheid. Dit project kreeg de naam 'residuarm telen van bladgewassen onder glas'.

Als gevolg van de nieuwe Europese richtlijn over een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zullen een aantal actieve stoffen van de markt verdwijnen. De richtlijn bepaalt onder andere dat ons land tegen 2013 een eerste Nationale Actieplan moet opmaken, waarin het volumereductiedoelstellingen moet vastleggen.

Ook bestaat van de Vlaamse Overheid een reductieprogramma van gewasbeschermingsmiddelen en de gevolgen voor de Vlaamse teler. PRPBProgramma voor de reductie van pesticiden en biociden (K.B. 22/02/2005) (www.prpb.be).

Verder worden door een aantal (buitenlandse) supermarkten extra eisen gesteld i.v.m. residuen. 
Deze eisen gaan verder dan die van de wetgeving. De strengere eisen die worden gesteld hebben betrekking op de MRL (Maximale Residu Limiet, in mg/kg product) en de ARfD (Acute Referentie dosis waarde voor acute toxiciteit, in mg/kg lichaamsgewicht. De eisen zijn b.v.b. dat er slechts 33,3% van de MRL in de geoogste producten mag teruggevonden worden, of dat er in totaal max. 3-5 actieve stoffen per staal mogen aanwezig zijn. Ondertussen komen er ook bijkomende residu-eisen vanuit Rusland.

Op de Belgische veilingen wordt al rekening gehouden met deze strengere eisen en wordt de geleverde sla ingedeeld in deelmarkten:

  • Deelmarkt 1: maximaal 5 actieve stoffen bij oogst, en 1/3 van de toegelaten MRL.
  • Deelmarkt 2: 1/3 van de toegelaten MRL.

Naar aanleiding van de bovenvermelde items zal in dit demonstratieproject aangetoond worden dat kwaliteitsvolle sla kan geteeld worden met een beperkter gewasbeschermingsschema, zodat aan de extra eisen voldaan wordt. Meer nog, het doel is om residuarm te telen. Dit wil niet zeggen dat er geen gewasbeschermingsmiddelen mogen ingezet worden, maar wel dat er bij de vooroogstcontrole maximum 5 residuwaarden teruggevonden en dat de residuwaarden niet meer dan 1/3 van de toegelaten MRL waarde bedragen. Dit beantwoordt aan de wensen van de grootwarenhuizen.

Doelstelling naar de serretelers

  • Rationeel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: bewust maken van de mogelijkheid dat met een beperkt aantal middelen kwaliteitsla kan geteeld worden. Door op de welbepaalde ogenblikken de beschikbare middelen in te zetten kunnen residuarme bladgewassen geteeld worden. Hiermee bedoelen we dat maximum 5 actieve stoffen worden geanalyseerd bij oogst waarvan residu >0,01) en dat de residuwaarde van elke actieve stof lager is dan 1/3 van de toegelaten MRL-waarde.
  • Suggesties voor aanvullingen op de DRC-advieskaart, fine-tuning van de DRC-advieskaart.
  • Beantwoorden aan vragen van de consument.
  • Imago van het product verbeteren.

Projectinhoud
In het eerste projectjaar zullen per proefcentrum 3 praktijkbedrijven opgevolgd worden. Op elk bedrijf zullen gedurende dat jaar in 4 teelten nauwkeurig alle registraties bijgehouden worden (tijdstip van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, dosis, ...). Bij oogst zal telkens een residuanalyse gedaan worden. Zo worden in totaal 9 praktijkbedrijven jaarrond van dichtbij opgevolgd met als doel de impact op residu's van een standaard praktijkschema in beeld te kunnen brengen. Er wordt ook een veldslabedrijf opgevolgd.

In het tweede projectjaar zal elk proefcentrum 1 praktijkbedrijf opvolgen: in overleg met de teler wordt a.d.h.v. zijn praktijkschema een aangepast schema opgesteld om zo te voldoen aan de extra eisen van residulimieten. Het doel is om met minder en rationeler gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toch kwaliteitsvolle sla te telen.

Op de proefcentra zelf zullen gedurende de 2 projectjaren demonstratieproeven aangelegd worden met een standaard praktijkschema en een aangepast schema waarbij ernaar gestreefd wordt dat bij oogst max. 5 actieve stoffen teruggevonden worden met een residuwaarde van max. 1/3 van de MRL.

Meer info?
Sara Crappé
Aaike Bogaert

 

Kropsla gewasbescherming (residu) late herfst 2010

Kropsla gewasbescherming (residu) late herfst 2010

Residuproef 2: kropsla late herfst 2010

Kropsla residuonderzoek in een standaard praktijkgewasbeschermingsschema en een aangepast gereduceerd gewasbeschermingsschema met thiamethoxam (Cruiser), pymetrozin (Plenum), fenamidone (Fenomenal), fosethyl (Fenomenal), cyprodinil (Switch), fludioxonil (Switch), thiram (Hermosan), mancozeb (Fubol gold), dimethomorf (Paraat), metalaxyl-M (Fubol gold), iprodione (Rovral WG), deltamethrin (Decis EC), boscalid (Signum), pyraclostrobin (Signum), thiacloprid (Calypso), mandipropamid (Revus).

woensdag 15 december 2010/Auteur: Anonym/Aantal keer bekeken (2937)/Commentaren (0)/
Kropsla gewasbescherming (residu) zomer 2010

Kropsla gewasbescherming (residu) zomer 2010

Residuproef 1: kropsla zomerteelt 2010

Kropsla residuonderzoek in een standaard praktijkgewasbeschermingsschema en een aangepast gereduceerd gewasbeschermingsschema met thiamethoxam (Cruiser), dithiocarbamaten (Fubol Gold, Hermosan 80 WG), metalaxyl-M (Fubol Gold), propamocarb (Previcur N), bifenthrin (Talstar 8SC), pymetrozine (Plenum), iprodione (Rovral WG), thiacloprid (Calypso), dimethomorf (Paraat), deltamethrin (Decis EC 2,5), boscalid (Signum), pyraclostrobin (Signum), spinosad (Tracer), thiamethoxam (Cruiser).

woensdag 15 december 2010/Auteur: Anonym/Aantal keer bekeken (2791)/Commentaren (0)/
RSS

Stikstof optimaal inzetten (2008 - 2012)

Coördinator:

  • West-Vlaamse Proeftuin voor Industriële groenten (WPIG)

Partners:

  • PCG (Provinciaal Proefcentrum voor de Groenteteelt Oost-Vlaanderen)
  • PSKW (Proefstation voor de Groenteteelt te Sint-Katelijne-Waver)

 

Inhoud
Het gewas voorzien van voldoende stikstof, zonder overschrijding van de norm voor restnitraat in de sperperiode is een moeilijke evenwichtsoefening waarbij elke kilogram stikstof die de plant ter beschikking krijgt, zorgvuldig moet worden gewikt en gewogen. Naast de stikstof die wordt toegediend via bemesting moet dus ook de stikstofvrijstelling door mineralisatie uit de bodem in rekening worden gebracht. www.stikstofmeetnet.be biedt u als teler een handig hulpmiddel voor het inschatten van de te verwachten stikstofmineralisatie op uw eigen perceel.

Stikstofmineralisatie
De mineralisatie van organisch materiaal wordt voornamelijk veroorzaakt door bacteriën en schimmels. De snelheid van het proces is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid en opbouw van het organisch materiaal en van de temperatuur en vochtigheid van de bodem. Het vrijkomen van stikstof door mineralisatie verloopt dus elk jaar anders en is niet altijd even voorspelbaar. Toch kan met behulp van de juiste informatie een schatting worden gemaakt van de te verwachten stikstofvrijstelling op een bepaald perceel. Het stikstofmeetnet kan daarbij een handige steun zijn.

Stikstofmeetnet
Het stikstofmeetnet werd opgesteld door de proefcentra voor vollegrondsgroenten (PCG, POVLT en PSKW) en maakt deel uit van het demonstratieproject ‘Optimaal gebruik van dierlijke mest in de vollegronds-groenteteelt’. Op veertien praktijkvelden verspreid over Vlaanderen, werd de stikstofvrijstelling door mineralisatie opgevolgd. Dit gebeurde door tweewekelijkse staalnames op een onbemest en onbeteeld deel van de percelen. De resultaten waren het hele jaar door te volgen op www.stikstofmeetnet.be. Op de percelen van het stikstofmeetnet werden in 2008 vrijstellingen gemeten van minimum 70 tot maximum 300 kg N per ha. Dit toont nogmaals aan dat het noodzakelijk is om de stikstofvrijstelling uit het organisch materiaal in de bodem in rekening te brengen bij het bepalen van de bemestingshoeveelheid.

Stikstofvrijstelling op uw eigen perceel
Net zoals het voorbije jaar zal ook in 2009 de stikstofmineralisatie tweewekelijks worden opgevolgd op dezelfde onbemeste en onbeplante gedeeltes van de praktijkpercelen. Deze percelen hebben verschillende stikstofmineralisatiecapaciteiten. De hoeveelheid stikstof die wordt vrijgesteld kan immers sterk verschillen naargelang het bodem- en bedrijfstype. Jarenlange intensieve groenteteelten op een perceel veroorzaken bijvoorbeeld een andere opbouw van organisch materiaal dan akkerbouwteelten. Ook de uitgevoerde bemestingspraktijken uit het verleden spelen hierbij een belangrijke rol. Op de website van het stikstofmeetnet onder de link ‘praktijkvelden’, kan u als teler een keuze maken tussen bodemtype, bemestingsgeschiedenis en teeltrotatie, koolstofgehalte en regio. Zo vindt u de voorbeeldpercelen die het meest beantwoorden aan uw eigen specifieke situatie. De informatie over de stikstofmineralisatie op deze percelen vormt een goed hulpmiddel bij het inschatten van de stikstofvrijstelling op uw eigen perceel en kan op die manier ondersteuning geven bij het nemen van beslissingen omtrent uw bemesting.  De gegevens op de website worden elke twee weken bijgewerkt. Op de startpagina ‘Actueel’ staat ook telkens een korte bespreking van de actuele situatie omtrent mineralisatie. Het loont zeker de moeite om regelmatig eens op www.stikstofmeetnet.be een kijkje te nemen.

Jonas Verstraete, Danny Callens (POVLT)
Luc De Reycke (PCG)
Joris De Nies (PSKW)

ADVIESDIENST BEMESTING: vraag meer informatie en maak er gebruik van!

Bemesten zonder de norm van reststikstof in de sperperiode te overschrijden is geen sinecure in de openluchtgroenteteelt. Wil men onder de norm eindigen, dan moet elke kilo stikstof gewikt en gewogen worden. De teler wil immers een optimale opbrengst van een goede kwaliteit. Drie bemestingsadviseurs van de proefcentra PCG, POVLT en PSKW kunnen u daarbij helpen. Dankzij een doorgedreven kennis omtrent bemesting, kunnen ze de stikstofbemesting op uw bedrijf helpen sturen. Er zijn tal van onderwerpen die aan bod kunnen komen.

Enkele voorbeelden:

  • Optimalisatie van bodemgesteldheid en bodemvruchtbaarheid.
  • Gebruik van bodemverbeterende middelen.
  • Gebruik van tussentijdse stalen (KNS-systeem) zodat de vrijstelling van stikstof door mineralisatie kan ingeschat worden.
  • Oordeelkundige inzet van organische mest.
  • Optimalisatie van toedieningswijze.
  • Plaatsspecifieke bemesting zoals band-, rijen– en puntbemesting.
  • Betere afstelling van de meststoffenstrooiers.
  • Mogelijkheden om zelf te composteren of optimaal inzetten van compost.
  • Keuze van meststoffen (vb. met nitrificatieremmers).
  • Gebruik van nieuwe of minder gekende meststoffen.
  • Andere innovatieve technieken implementeren op de bedrijven.

De adviseurs kunnen grondstalen nemen, een advies formuleren en de teler begeleiden in de juiste keuze van meststof, toepassingstechniek, … 

Vraag op de proefcentra naar de mogelijkheden van de Adviesdienst Bemesting en de kostprijs.

Mogelijke begeleiding
Mondeling contact

Een eerste vorm is telefonisch contact. Dit kan gaan over toelichting bij een analyseverslag voor een bepaalde teelt. Aan de hand van bijkomende info kan een stikstofstreefwaarde toegekend worden. Deze vorm van advies is beperkt in omvang.
Kostprijs: gratis

Bedrijfsbezoek
De mogelijkheid bestaat om ook een bemestingsadviseur langs te laten komen op je bedrijf. Hij bekijkt de situatie ter plekke op perceelsniveau en geeft advies voor alle vollegrondsgroenten en aardappelen. Zo kan de teler met dit pakket een gans bemestingsplan laten opstellen voor een heel jaar.
Kostprijs: 50 euro

Bemestingsaudit
Een derde pakket is een volledige doorlichting van het gebruik van stikstof op je bedrijf. Met dit pakket kan gezocht worden naar een optimalisatie van alle facetten die met bemesting te maken hebben. Dit kan gaan van de bodemgesteldheid, de keuze van meststoffen, mogelijkheden voor beperken van het nitraatresidu, berekeningen voor de afgifte van (nieuwe) bemestingsmachines, verdeling van mest(stoffen), opstellen van een bemestingsplan, oordeelkundige inzet van dierlijke mest,….
Kostprijs: 100 euro

Contactpersonen
PCG, Kruishoutem
Luc De Reycke

 
POVLT, Rumbeke-Beitem
Franky Coopman, Danny Callens
 
PSKW, Sint-Katelijne-Waver
Joris De Nies, Luc De Rooster
T 0032 (0)15 30 00 69
E-mail: joris.de.nies(a)proefstation.be

Auteur: L. De Reycke

 


Foto: plaatsspecifieke bemesting door bandbemesting

Optimalisatie van bemesting door introductie van innovatieve technieken op akker- en tuinbouwbedrijven

Waarom

Bemesten zonder de norm van reststikstof in de sperperiode te overschrijden is geen sinecure in de vollegrondsgroenteteelt. Wil men onder de norm eindigen, dan moet elke kilogram stikstof gewikt en gewogen worden.
Bemestingsadviseurs van de proefcentra POVLT, PCG en PSKW kunnen u daarbij helpen. Dankzij een doorgedreven kennis omtrent bemesting, kunnen ze de stikstofbemesting op uw bedrijf helpen sturen.

Met de komst van het nieuwe Mestdecreet wordt ook de vollegrondsgroenteteelt streng gecontroleerd en is een correcte bemesting meer dan noodzakelijk. Om een optimale bemesting toe te dienen is het nodig om dit op perceels– en teeltniveau uit te rekenen.

De laatste jaren is er op de proefcentra intensief gezocht naar mogelijkheden om met minimale dosissen stikstof toch een hoge opbrengst en kwaliteit te behalen. Met die kennis willen de bemestingsadviseurs tot bij de teler gaan. Zo is het mogelijk elke situatie apart te evalueren en een advies op maat aan te bieden.

Dit project ‘Optimalisatie van bemesting door introductie van innovatieve technieken op akker- en tuinbouwbedrijven’ wordt gefinancierd en gesteund door IWT-Vlaanderen (Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie). Het werd ingediend bij het IWT door BB-consult, een afdeling van de Boerenbond. De uitvoering gebeurt door de proefcentra POVLT, PCG, PSKW.

Adviezen

Volgende dienstverlening is mogelijk:

Mondeling contact
Een eerste vorm is telefonisch contact. Dit kan gaan over toelichting bij een analyseverslag voor een bepaalde teelt. Aan de   hand van bijkomende info kan een stikstofstreefwaarde toegekend worden. Deze vorm van advies is beperkt in omvang.
Kostprijs: gratis

Bedrijfsbezoek
De mogelijkheid bestaat om ook een bemestingsadviseur langs te laten komen op je bedrijf. Hij bekijkt de situatie ter plekke op perceelsniveau en geeft advies voor alle vollegrondsgroenten en aardappelen. Zo kan de teler met dit pakket een gans bemestingsplan laten opstellen voor een heel jaar.
Kostprijs: 50 euro

Bemestingsaudit
Een derde pakket is een volledige doorlichting van het gebruik van stikstof op je bedrijf. Met dit pakket kan gezocht worden naar een optimalisatie van alle facetten die met bemesting te maken hebben. Dit kan gaan van de bodemgesteldheid, de keuze van meststoffen, mogelijkheden voor beperken van het nitraatresidu, berekeningen voor de afgifte van (nieuwe) bemestingsmachines, verdeling mest(stoffen), opstellen van een bemestingsplan, oordeelkundige inzet van dierlijke mest, …
Kostprijs: 100 euro

Innovaties

Optimaliseren N-bemesting door:

  • Gebruik te maken van tussentijdse stalen (KNS-systeem) zodat de vrijstelling van stikstof door mineralisatie kan ingeschat worden.
  • Optimalisatie van toedieningswijze.
  • Plaatsspecifieke bemesting zoals band-, rijen- en puntbemesting.
  • Betere afstelling van de meststoffenstrooiers.
  • Gebruik van compost.
  • Keuze van meststoffen (vb. met nitrificatieremmers).
  • Introductie van innovatieve meettechnieken.

Stikstofmeetnet

Om de mineralisatie beter te kunnen inschatten, is recentelijk een uniek stikstofmeetnet uitgebouwd: www.stikstofmeetnet.be.

Dit meetnet geeft de mineralisatiecapaciteit weer van veertien verschillende velden verspreid in Vlaanderen. Tweewekelijks wordt er een staal genomen op een onbemest en onbeteeld deel. De velden verschillen in grondsoort en voorgeschiedenis van organische bemesting. De analyseresultaten worden steeds aangevuld en zijn te allen tijde raadpleegbaar op de website. Zo kunt u een betere inschatting maken van de miniralisatie op uw veld.

Het stikstofmeetnet kadert in een demonstratieproject gefinancierd door het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse Overheid.


Vrijstelling van stikstof uit zandleembodem met 1% C door mineralisatie per bodemlaag van 30 cm.

Contactpersonen

PCG, Kruishoutem
Luc De Reycke
 
POVLT, Rumbeke-Beitem
Franky CoopmanDanny Callens

PSKW, Sint-Katelijne-Waver
Joris De Nies
Luc De Rooster
T 0032 (0)15 30 00 69
E-mail: joris.de.nies(a)proefstation.be
www.proefstation.be

Folder Optimalisatie van bemesting door introductie van innovatieve technieken op akker- en tuinbouwbedrijven

 

 

Bloemkool vruchtwisseling voor minder nitraatuitspoeling 2012

Bloemkool vruchtwisseling voor minder nitraatuitspoeling 2012

Lange termijnproef: alternatieve rotaties met bloemkool voor minder nitraatuitspoeling van de oogstresten

Deze proef heeft tot doel het evalueren van alternatieve gewasrotaties en vanggewassen bij vollegrondsgroenten, meer bepaald bloemkool. Hiervoor werd Italiaans raaigras enerzijds als teelt en anderzijds als vanggewas en rogge als vanggewas gezaaid op 2 verschillende tijdstippen na een teelt bloemkool. Van het raaigras dat als teelt wordt beschouwd, wordt in het voorjaar een snede gemaaid. De N-toestand van de bodem wordt opgevolgde met behulp van bodemstaalnames. Deze proef loopt over 2 jaar, waarbij het tweede jaar een herhaling is van het eerste.

zaterdag 15 december 2012/Auteur: Crappé Sara/Aantal keer bekeken (5965)/Commentaren (0)/
RSS