X
GO

Leve(n)de Bodem (01/10/2016 - 30/09/2019)

Terugblik demo groenbedekkers

Terugblik demo groenbedekkers

In het kader van het Interreg-V project Vlaanderen-Nederland ‘Leve(n)de bodem’

Auteur: De Boever Maarten/donderdag 3 januari 2019/Categorieën: Openluchtteelt, Bodem en bemesting, Projecten, Europa, Interreg V, Vlaanderen-Nederland, LIFE, Thema, teelttechniek, Voorlichting, projectinfo, Actueel, Niet-leden

Half november vond op het PCG een proefveldbezoek openlucht in prei, kool en bataat plaats. Tijdens dit proefveldbezoek werd tevens de demo groenbedekkers toegelicht welke kadert binnen het Interreg project ‘Leve(n)de bodem’. Hieronder worden de voorlopige resultaten van deze demo kort besproken.

 

Aanleg proef met zeven mengsels
Op het proefveld stond tot begin augustus zomertarwe. Half augustus werd een stoppelbemesting van 15 ton/ha stalmest uitgevoerd. Eind augustus werden 7 mengsels groenbedekkers uitgezaaid. De samenstelling, zaaidichtheid en prijs worden in tabel 1 weergegeven.

 

Tabel 1 - Overzicht zeven mengsels demo groenbedekkers

 

De eerste drie mengsels omvatten verschillende rassen gele mosterd: vroeg bloeiend, laat bloeiend al dan niet resistent tegen bietencyste- en wortelknobbelaaltje. De vier andere mengsels werden gekozen om hun werking tegen bodemaaltjes na te gaan. Dit laatste kadert binnen het VLAIO LA-traject ‘Beheersing van plantenparasitaire nematoden met groenbedekkers in de openluchtgroenten’.

Invloed ras op biomassa, vorstgevoeligheid en prijs
Zoals te verwachten bereikte het mengsel Greencover BUDGET met een vroeg bloeiend ras gele mosterd het snelst het volgroeide stadium (hoogte gewas: 90-120 cm). Mengsels Easy cover en Beet cover kwamen later in bloei. Easy cover werd getypeerd door een sterke productie aan biomassa (hoogte gewas: 100-130 cm) in tegenstelling tot Beet cover (hoogte gewas: 50-80 cm). Algemeen kan gesteld worden dat bladrijke mengsels zoals deze per 10 cm groei 10 eenheden stikstof uit de bodem opnemen. Eens het volgroeid stadium wordt bereikt door de kruisbloemige groenbedekker is deze beduidend vorstgevoeliger. Vroeg bloeiende rassen zijn dus vorstgevoeliger dan late rassen. De prijs van de mengsels wordt sterk bepaald door de aanwezigheid van groenbedekkers met aaltjesresistenties. Ook het aantal ingebouwde resistenties kan de prijs van de mengsels sterk doen opdrijven.

Aaltjesbestrijding door groenbedekker
De vier geselecteerde mengsels (objecten 4 t.e.m. 7) bevatten groenbedekkers met resistenties tegen bietencysteaaltje (gele mosterd en bladrammenas), wortelknobbelaaltje (bladrammenas) en knolvoet (bladrammenas). Bladrammenas is een interessante groenbedekker gezien verschillende resistenties tegen aaltjes kunnen ingebouwd worden, zijn geschiktheid in rotatie met kolen wanneer knolvoetresistent en zijn inzetbaarheid voor biofumigatie. In het kader van het VLAIO LA-traject werd voor de aanleg van de proef een staal van de 0-25 cm bodemlaag genomen en geanalyseerd op bodemaaltjes. Uit de eerste resultaten blijkt dat de aaltjesdruk op het perceel bij PCG laag is. In het voorjaar van 2019 zal opnieuw een bodemstaal bij de vier mengsels genomen worden om te kijken naar de evolutie in bodemaaltjes. Hierbij zal de effectiviteit van de vier mengsels naar 
aaltjesbestrijding toe worden geëvalueerd.

Stikstofopname door groenbedekker
De stikstofopname van iedere groenbedekker werd door bodemstaalname en stikstofanalyse opgevolgd. Vóór aanleg van de proef was het nitraatresidu beperkt tot een kleine 40 eenheden (in 0-30 cm laag). Een maand na aanleg van de proef schommelde het nitraatresidu tussen 40 en 120 eenheden (in 0-60 cm laag) voor de verschillende mengsels. Mengsels met gele mosterd kenden een snelle start en scoorden het best naar stikstofopname uit de bodem toe (in het bijzonder het mengsel Beet cover met laat bloeiende gele mosterd). Mengsels Kool cover en EAG Jacelia kenden een tragere start met een lagere stikstofopname tot gevolg. Twee maanden na aanleg van de proef waren de zeven mengsels goed ontwikkeld met een goede stikstofopname uit de bodem tot gevolg. Met minder dan 40 eenheden (in 0-60 cm laag) nitraatstikstof in de bodem bleven de nitraatresidu’s bij de zeven mengsels ver onder de norm.

 

Grafiek: Nitraatresidu bodem onder zeven mengsels groenbedekkers

Grafiek: Nitraatresidu bodem onder zeven mengsels groenbedekkers

 

Welke groenbedekkers kiezen in de groenteteelt?
Interessante groenbedekkers voor de groenteteelt zijn Japanse haver en facelia. Ze vriezen gemakkelijk kapot, kunnen nadien eenvoudig ingewgrerkt worden en zijn geen familie van koolgewassen. Ook al is zomerhaver goedkoper dan Japanse haver geeft men meestal voorkeur aan deze laatste. Zomerhaver is namelijk meer ziektegevoelig, vertoont geen werking tegen het vrijlevend bodemaaltje, vriest minder goed kapot en dient aan een hogere dichtheid ingezaaid te worden (om onderdrukking door andere componenten in het mengsel te vermijden).

 

Meer info?                               
Maarten De Boever


Met de steun van
Het Interreg V Vlaanderen-Nederland ‘Leve(n)de bodem’

  


Print

Aantal keer bekeken (782)/Commentaren (0)

Links

x