X
GO

Totaalaanpak in de realisatie van integraal waterbeheer (01/11/2010 - 31/10/2013)

Nieuwe fytobak in gebruik op het PCG

Nieuwe fytobak in gebruik op het PCG

Verwerking van rest- en spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen (GBM) door middel van een fytobak

Auteur: Vandewoestijne Elise/maandag 21 juli 2014/Categorieën: Openluchtteelt, Water, Gangbare glasteelt, Water, Bio beschutte teelt, Water, Projecten, Europa, Interreg IV, Vlaanderen-Nederland, KRW, Thema, gewasbescherming, onkruiden, plagen, ziekten, Water, Voorlichting, projectinfo, Actueel, Niet-leden

Puntlozing is één van de voornaamste oorzaken van vervuiling van oppervlakte- en grondwater met gewasbeschermingsmiddelen (GBM). Een belangrijk voorbeeld van puntlozing is lozing van spuitresten en spoelwater in de riool of in de nabijheid van oppervlaktewater. Reductie van dergelijke vervuiling blijft van groot belang om te komen tot een goede grond- en oppervlaktewater kwaliteit en zo te vermijden dat nog meer belangrijke gewasbeschermingsmiddelen van de markt zouden verdwijnen.

De verwerking van rest- en spoelwater door middel van een fytobak geeft een doeltreffende en voordelige zuivering op maat. Het principe van een fytobak is eenvoudig: een waterdichte en tegen inregenen afgeschermde bak wordt gevuld met substraat. Vanuit een buffertank wordt de restvloeistof regelmatig over het substraat verdeeld en daar via biologisch/ fysisch proces gezuiverd: de actieve stoffen worden geadsorbeerd op het organisch materiaal en worden door micro-organismen afgebroken. Het water verdwijnt via verdamping. Onderzoek in binnen- en buitenland heeft aangetoond dat een dergelijk systeem gewasbeschermingsmiddelen gemiddeld voor 95% tot 99% uit water verwijdert.

De eerste fytobak in Vlaanderen werd in 2002 op het PCG geïnstalleerd. Dit gebeurde i.s.m. de provincie Oost-Vlaanderen, dienst Landbouw en Platteland. Gedurende opeenvolgende jaren werd onderzocht welke actieve stoffen er afgebroken werden en welke de meest geschikte samenstelling was van het substraat. Wegens jaarlijkse toename in proefveldareaal, proefbespuitingen en dus ook hoeveelheid restwater bleek de capaciteit van de fytobak ondertussen ontoereikend te zijn. Vandaar werd eind 2013 gestart met de opzet van een nieuwe fytobak. Het concept moest volledig bovengronds uitgewerkt worden zodat het systeem in de toekomst nog kan verplaatst worden.

Nieuwe fytobak op het PCG

Nieuwe fytobak op het PCG

De grootte van de fytobak werd bepaald door de hoeveelheid restwater die op jaarbasis geproduceerd wordt. De nieuwe fytobak op het PCG is opgebouwd uit 2 HDPE bakken met elk een afmeting van 2 op 6 meter.

De bakken zijn 1 meter diep, bijgevolg is er in totaal 24m2 fytobak of ongeveer 24m3 substraat. Om de fytobak te beschermen tegen het indringen van hemelwater, werd op de bak een dak voorzien dat bestaat uit een doorzichtige kunststof plaat (polycarbonaat). Op die manier creëert men tevens een serre-effect waardoor de verdamping gestimuleerd wordt. Onder het dak is een PVC leiding voorzien van spuitdoppen.

De bakken zijn onderaan voorzien van een drainbuis die aangesloten is op een drainageput. Van daaruit vloeit de vloeistof terug naar de buffertank. Bovenop de drainagebuis werd een laag keien voorzien om vervuiling tegen te gaan. Op de keien kwam een anti-worteldoek gevolgd door een laag grof zand

Daarbovenop kwam het substraat. Het substraat is een mengsel van stro, compost en perceelsgrond. Het stro is een voedingsbron voor de micro-organismen en is tegelijk een lignine- en stikstofbron die zorgt voor goede C/N verhouding wat noodzakelijk is voor de micro-organismen. De compost dient als dragermateriaal voor de GBM. Tevens zorgt het voor een goede structuur en waterhuishouding. De perceelsgrond is belangrijk voor het aanbren­gen van de essentiële micro-organismen (schimmels + bacteriën) die zorgen voor de afbraak van de GBM. Deze micro-orga­nismen zijn van nature aangepast aan de op het bedrijf toegepaste GBM.

Het rest- en spoelwater wordt op het PCG telkens uitgesproeid over een opvangdak en wordt vervolgens opgeslagen in een buffertank. Vanuit de buffertank wordt de restvloeistof regelmatig over het mengsel verdeeld, zodat dit continu vochtig blijft. De sturing gebeurt via een bodemvochtsensor om zo maximaal mogelijk te verdampen. Uitzonderlijk kan er ook gestuurd worden op tijd of handmatig.

Het spoelwater wordt opgevangen in een buffertank met de hulp van een uitsproeidak

Het spoelwater wordt opgevangen in een buffertank met de hulp van een uitsproeidak

Print

Aantal keer bekeken (13730)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x