X
GO

Groene grondstoffen, innovatief gebruik van landbouwgewassen (01/01/2010 - 31/03/2013)

Yacon een alternatieve voedingsbron: "Zoet en weinig calorieën"

Yacon een alternatieve voedingsbron: "Zoet en weinig calorieën"

Brochure in het kader van Interreg IVa-project: Groene grondstoffen: innovatief gebruik van landbouwgewassen

Auteur: Vandewoestijne Elise/maandag 15 april 2013/Categorieën: Projecten, Europa, Interreg IV, INLA, Voorlichting, brochure, projectinfo, Brochure, Niet-leden

Yacon (Smallanthus sonchifolius, Asteraceae, waartoe ook aardpeer en zonnebloem behoren) - ook wel Boliviaanse zonnewortel of grondappel genoemd - is een knolgewas dat groeit in het Andesgebied (Zuid- Amerika). Bij ons is de plant nog zo goed als onbekend. Ze duikt hier en daar wel al op in een moestuintje van een hobbyboer.

Het is een zeer veelzijdige plant. in Zuid-Amerika worden alle delen van de plant gebruikt en op verschillende manieren verwerkt. Zo worden de knollen geoogst om rauw te eten als fruit of om te koken zoals aardappelen. Ook het bakken of frituren van stukjes yacon levert een lekker product. De knollen worden ook gebruikt om te verwerken tot lekker zoet sap of siroop.

De siroop kan ook gebruikt worden als zoetstof (bv. in de thee of koffie). De bovengrondse plantendelen kunnen verhakseld en ingekuild worden om dienst te doen als veevoeder. De bladeren worden ook soms gedroogd om er thee van te maken.

De resultaten van het project zijn op een praktische, leesbare manier in brochures samengevat, onderverdeeld in drie grote thema's: vezeltoepassingen, inhoudsstoffen en energietoepassingen.

  • Luik 'Vezeltoepassingen'
    Binnen het luik vezeltoepassingen is vooral gewerkt aan alternatieve vezeltoepassingen bij miscanthus, vlas en hennep. Hierbij is gekeken naar toepassingsmogelijkheden voor materialen in de bouw.

    De ecologische bouwmaterialen zitten in de lift. Tal van grondstoffen voor deze ecologische bouwmaterialen, zoals vlas, hennep en miscanthus, kunnen perfect in onze regio geteeld en verwerkt worden. Vooralsnog spreken de ecologische bouwmaterialen een eerder specifiek publiek aan en spreken we van nicheproducten, maar het is duidelijk dat het hier een groeiende markt betreft.

    Op meer industrieel niveau gebeuren vandaag heel wat ontwikkelingen met natuurlijke vezels bij de productie van de composieten, de vezelversterkte kunststoffen. Waar deze vezels traditioneel van glas, aramide of koolstof zijn, kunnen natuurlijke vezels voor specifieke composieten een toegevoegde waarde betekenen. De natuurlijke vezels hebben goede intrinsieke mechanische eigenschappen, een lage dichtheid in vergelijking met glasvezels en een lagere initiële kostprijs.

    • Miscanthus als veelzijdige grondstof
    • Vlas en hennep als bouwstof voor biomaterialen

  • Luik 'Inhoudsstoffen'
    Binnen het luik inhoudsstoffen is nadrukkelijk gekeken naar welke stoffen er nog meer in planten te vinden zijn, dan we nu gebruiken. Er is hier gekeken naar planten die zich laten opmerken door de aanwezigheid van interessante fijnechemicaliën. Niet alleen gezondheidsbevorderende eigenschappen werden hier in beschouwing genomen, ook andere toepassingen zoals bv. kleurstoffen, zoetstoffen en stoffen die bruikbaar zijn in de chemische industrie zijn in dit luik bekeken.

    • Broccoliplus: als functionele voeding
    • Deder, alternatief oliehoudend gewas
    • Hennep, een lekkere voedingsbron?
    • Prei(afval), bron van inhoudsstoffen?
    • Stevia, plantaardige & calorieloze zoetstoffen
    • Inhoudsstoffen uit uien
    • Yacon, een alternatieve voedingsbron

  • Luik 'Energietoepassingen'
    Zoals eerder opgemerkt is er sprake van een tekort aan goedkope fossiele grondstoffen en tegelijkertijd een toenemende vraag naar energie. Dit levert stijgende energieprijzen op, zowel voor de particulier als voor het bedrijfsleven, die de nood aan hernieuwbare energie zichtbaar maken. Bovendien wil Europa zijn energievoorziening minder afhankelijk maken van import uit het buitenland. Ook de klimaatproblematiek speelt mee: als gevolg van de toename van de CO2-uitstoot door het gebruik van fossiele brandstoffen is er een grotere vraag naar CO2-neutrale energiebronnen.

    • Energiebieten, een nieuwe teelt
    • Koolzaad als biobrandstof
    • Stro als biobrandstof

Doel en methode
Het doel van het project was het stimuleren en ondersteunen van kennisontwikkeling en innovatie rond nieuwe toepassingen van plantaardige productie. Belangrijk subdoel was het stimuleren van nieuwe economische ketenvorming en het koppelen van bedrijven tussen sectoren of over sectoren heen rond innovatieve toepassingen van landbouwgewassen.

Binnen het project waren verschillende activiteiten voorzien.

  • Analyse
    Binnen een eerste activiteit werden de mogelijkheden en de haalbaarheid van het innovatief gebruik van een aantal gewassen binnen de grensregio geanalyseerd.

  • Brainstormsessies
    De knelpunten en kansen voor zowel teelt als afzet werden geïdentificeerd door gebruik te maken van brainstormsessies. In deze brainstormsessies werden alle belangrijke spelers uit de potentiële keten betrokken naast overheid en onderzoek. Zo ontstond een mix van kennis en ervaring die er toe kon leiden dat nieuwe initiatieven en toepassingen konden ontstaan.

  • SWOT-analyse
    Vanuit de brainstorm werd er per toepassing een SWOT-analyse opgesteld. Van hieruit werd dan het pad verkend naar het zoeken van (technologische) oplossingen voor de opgespoorde knelpunten in een te vormen keten.

  • Actieplan ketenondersteuning
    Vanuit de (SWOT) analyses zijn er op verschillende gewassen actieplannen opgestart en kon ketenondersteuning van start gaan. Binnen het actieplan werd aangegeven wat er nog moest gebeuren om het concept concreet te laten uitgroeien tot een productieketen binnen de projectregio en werden ook een aantal technologische vraagstukken geformuleerd. De expertise van de projectpartners werd ingezet om deze vraagstukken zoveel mogelijk op te lossen.

Uiteindelijk is dit het model geworden dat in het gehele project gebruikt is en succesvol bleek.

Of een beloftevolle gewastoepassing slaagkans had, was vooraf moeilijk te zeggen; enkele criteria waren hierin leidend:

  • Het bestaan van concrete afzetkansen met economisch perspectief (saldo) voor alle ketenpartijen, ook voor de primaire producent.
  • De mogelijkheid om het gewas te telen in de grensregio.

Binnen het Interreg-project 'Groene grondstoffen, innovatief gebruik van landbouwgewassen, werkten zes partners in Zeeland en Vlaanderen grensoverschrijdend samen aan het opzetten van regionale ketens binnen het thema van 'biobased economy'. Deze brochurereeks werd gerealiseerd in het kader van het Interreg IV programma. Dit project is uitgevoerd met Vlaamse en Nederlandse partners.

Interreg IVa-project: Groene grondstoffen: innovatief gebruik van landbouwgewassen

Yacon een alternatieve voedingsbron: "Zoet en weinig calorieën"

Samenwerking
De proef kwam tot stand in het kader van het Interreg IV-project Groene Grondstoffen, innovatief gebruik van landbouwgewassen.

Projectpartners

  

Met de financiële steun van
Dit project werd uitgevoerd met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en de provincies Zeeland, Vlaams-Brabant, Limburg, Oost- en West-Vlaanderen.

Print

Aantal keer bekeken (6801)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x