X
GO

Actueel nieuws

Kropsla bemesting zomer (2) 2014

Kropsla bemesting zomer (2) 2014

Beredeneerd bemesten van kropsla in een zomerteelt 2014 (resultaten tot 01/08/2014)

Auteur: Crappé Sara/maandag 15 december 2014/Categorieën: Gangbare glasteelt, Bladgewassen, kropsla, Projecten, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), REDUNG, Thema, bemesting, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Proefverslag, Niet-leden

Meststoffen bevatten naast de plantnoodzakelijke voedingsstoffen ook nutriënten die de planten niet of nauwelijks opnemen. Deze stoffen worden ballaststoffen genoemd. Onder ballaststoffen verstaan we hoofdzakelijk chloride (Cl-), natrium (Na+) en sulfaten (SO42-). Het accumuleren van deze stoffen in de bodem zorgt ervoor dat de EC van bodem gaat stijgen, de bodem gaat verzouten.

Aangezien sla een zoutgevoelige teelt is, moeten die zouten na verloop van tijd uit de bodem verwijderd worden. Dit wordt in de praktijk gedaan door de bodem door te spoelen. Door de bodem te beregenen met een grote hoeveelheid water, spoelen de zouten door naar diepere bodemlagen. Het doorspoelen beperkt zich uiteraard niet enkel tot zouten, ook nuttige nutriënten worden hierdoor weggespoeld. Telers hebben er dus alle belang bij om meststoffen te gebruiken die een lage hoeveelheid aan ballaststoffen bevatten. In deze proef worden 4 objecten aangelegd waarin telkens andere meststoffen worden gebruikt.

Het eerste object stelt de praktijksituatie voor en bevat meststoffen die courant in de praktijk gebruikt worden. De andere 3 objecten bevatten telkens een hoofdmeststof van één van de drie deelnemende meststoffenfirma’s, respectievelijk COMPO, DCM en Everris.

De proef lag aan in kader van een langetermijnonderzoek en was de vierde proef in rij. Deze proef ging door tijdens de zomer en wordt nog gevolgd door 4 teelten.

Resultaten
De uitgebreide tabellen met resultaten van de bodemstaalnames kunnen terug gevonden worden in het verslag. De grafieken geven de resultaten visueel weer.

Validiteit van de resultaten
Het verzouten van de bodem is vaak een effect dat optreedt na verschillende opeenvolgende teelten en bemestingen, er moet dus gekeken worden naar het langetermijneffect. Dit is de vierde proef in een reeks van 8 proeven die na elkaar aangelegd gaan worden. Er kunnen dus zeker al enkele trends waargenomen worden na deze teelt, maar het is niet zeker dat dit zal overeenkomen met het besluit bij afloop van dit onderzoek. Er kunnen op dit moment dus nog geen harde besluiten getrokken worden.

Bespreking
Tijdens de vierde teelt werd 2 maal een bodemstaal genomen, eens voor het planten (einde tweede teelt) en een tweede maal bij oogst. 

Ballaststoffen en EC
De EC steeg in de objecten standaard, DCM en Everris, enkel in het object met hoofdmeststof van COMPO werd een daling van de EC vastgesteld. Het standaard object eindigde bij einde van de teelt het hoogst, het verschil met de andere 3 objecten was significant. Onderling verschillenden de minder verzoutende objecten amper, dit verschil was verwaarloosbaar.

Voor natrium werd in alle objecten een erg sterke stijging waargenomen, de grootte van de stijging was wel in alle objecten van gelijke aard. Bij het standaard bemeste object werd opnieuw de laagste concentratie Na+ in de bodem teruggevonden, het verschil met de andere objecten was significant. Compo gaf van de 3 minder verzoutende objecten, de laagste waarde voor natrium weer, het verschil was nog net significant.

Ook voor chloride werd in alle objecten een stijging van de concentratie vastgesteld, hier was de stijging het sterkst voor het standaard bemeste object en het object met hoofdmeststof van Compo. De standaard eindigde met een concentratie aan chloride die significant hoger was dan bij de andere objecten. Van de minder verzoutende objecten, kent Compo de sterkste stijging wat chloride betreft, echter het verschil is niet significant.

Als laatste ballaststof werd ook sulfaat opnieuw opgevolgd. In alle objecten werd een vrij grote stijging vastgesteld, de sterkte van die stijging is wel in alle objecten ongeveer gelijk. Het standaard object eindigde duidelijk het hoogst, het verschil met de andere objecten was significant verschillend. Compo liet een iets hogere waarde optekenen dan de andere objecten, maar hier was het verschil niet significant verschillend.

Veldbeoordeling
Tijdens de veldbeoordeling werden niet zo veel verschillen opgemerkt tussen de verschillende bemestingsregimes. Het standaard object toonde een iets minder goede kropsluiting, maar belangrijker was dat hier opnieuw meer droogrand werd vastgesteld. Ook op smet scoorde dit object minder goed dan de andere objecten. Het object met hoofdmeststof Compo kende een middelmatige kropsluiting en een erg goed kropgewicht. Hier werd echter ook een hogere gevoeligheid voor smet opgemerkt. Object 13, waar de hoofdmeststof door DCM werd aangeleverd, toonde een goede kropsluiting en scoorde ook erg goed op droogrand. Dit object scoorde ook goed voor smet en haalde een mooi kropgewicht. Als laatste is er object 14 met hoofdmeststof van Everris, dit object had ene middelmatige kropsluiting, maar scoorde wel sterk op zowel smet als droogrand. Ook hier werd een mooi kropgewicht behaald.

Voor de andere kwaliteitskenmerken werd geen verschil tussen de objecten genoteerd. 

Stikstof opvolging
Voor object 11 leek de bemesting erg goed berekend te zijn, de 0-30 cm laag eindigde bij einde teelt op eenzelfde waarde als waarmee gestart werd. Ook in de 30-60 cm laag werd geen verandering vastgesteld. De daling die in de 60-90 cm laag werd gemeten, wijst op uitspoeling van N aangezien in deze bodemlaag geen opname door sla kan plaatsgevonden hebben. In object 12 eindigde de N inhoud van alle lagen iets lager dan bij het begin van de teelt, ook hier lijkt een beperkte uitspoeling plaatsgevonden te hebben in de diepere lagen. In object 13 waren de verschillen tussen start en einde teelt in alle lagen verwaarloosbaar. Een heel andere situatie werd vastgesteld bij object 14, daar stijgt de N-inhoud van de 0-30 cm laag erg sterk. Ook in de diepere lagen werd een stijging van nitraat vastgesteld. Een directe verklaring hiervoor kon niet gevonden worden.

Besluit
De vierde teelt zorgt niet voor grote verassingen, de trends die reeds na de eerdere teelten werden vastgesteld worden hier verdergezet. Opnieuw word het belangrijkste kwaliteitsverschil tussen de objecten teruggevonden in de droograndaantasting, wat duidelijk het sterkst aanwezig is in het standaard bemeste object.

De hoogste EC wordt opnieuw teruggevonden in het standaard bemeste object, dit geldt ook voor de concentratie aan sulfaat en chloride. Al lijkt ook het object met hoofdmeststof van Compo te stijgen in concentratie van deze 2 laatste ballaststoffen.

Voor natrium wordt opnieuw het omgekeerde vastgesteld, hier wordt de laagte waarde teruggevonden in het standaard bemeste object gevolgd door het object met hoofdmeststof Compo. De 2 andere objecten, DCM en Everris, blijven voorlopig in elkaars buurt.

Verklaring van de kwaliteitsverantwoordelijke
De kwaliteitsverantwoordelijke verklaart dat het onderzoek werd uitgevoerd volgens de kwaliteitsborgingspunten vastgelegd in het intern kwaliteitssysteem van het PCG en aldus voldoet aan de normen van de GEP (10SL).

Volledig verslag Beredeneerd bemesten kropsla zomerteelt 2014 resultaten 20140801

 

Meer info?
Sara Crappé

Samenwerking
          

Met de financiële steun van

publicatiejaar2014
afdelingGangbaar glas
Teelt of thema
  • Kropsla
Print

Aantal keer bekeken (5130)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x