X
GO

Actueel nieuws

Kropsla bestrijding valse meeldauw (Bremia) vroege lente 2014

Kropsla bestrijding valse meeldauw (Bremia) vroege lente 2014

Validatie beslissingsondersteunend instrument en proefdraaien webapplicatie in een vroege lenteteelt 2014

Auteur: Anonym/maandag 15 december 2014/Categorieën: Gangbare glasteelt, Bladgewassen, kropsla, Projecten, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), BREM2, Thema, gewasbescherming, ziekten, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Proefverslag, Niet-leden

In deze proef werd het beslissingsondersteunend instrument uitgetest in een vroege lenteteelt. In serre 4 zijn veldjes (plotgrootte 3.3 m²) van het gevoelig ras Flandria (Rijk Zwaan, Bl: 1-17, 21, 23) en het standaard ras Cosmopolia (Bl: 1-25,27,28,30,31) geplant in 4 parallellen.

Een onbehandeld object wordt vergeleken met een object behandeld met standaardschema en een object behandeld volgens het instrument (90-85%). Hierbij wordt rekening gehouden met een drempelwaarde van 90% voor kieming tijdens de volledige dag, en 85% voor sporulatie ’s nachts. De sturing gebeurde op basis van de metingen met de klimaatbox.

Objecten
De rassen Flandria (Rijk Zwaan, Bl: 1-17, 21, 23) en Cosmopolia (Rijk Zwaan, Bl: 1-25,27,28,30,31) werden gezaaid op 25/11/2013. De plantdatum was 30/01/2014.

Object nummer

Variëteit

Zaadhuis

Kunstmatige inoculatie

 

 

 

 

11

Cosmopolia

onbehandeld

ja

12

Cosmopolia

standaard

ja

13

Cosmopolia

instrument

ja

14

Flandria

onbehandeld

ja

15

Flandria

standaard

ja

16

Flandria

instrument

ja

17

Cosmopolia

onbehandeld

neen

18

Flandria

onbehandeld

neen

 

Infectiemethode
Op 25/02/2014 werden sporen van Bremia (fysio onbekend, afkomstig uit de diepvries, aangetaste bladeren uit vorige proeven) met behulp van een rugsproeier over de veldjes gespoten. De planten werden, in tegenstelling tot wat het protocol voor kunstmatige inoculatie voorschrijft, niet afgedekt. Het was immers de bedoeling om sporendruk in de serre te creëren en niet om daadwerkelijk een geslaagde inoculatie te hebben.

Gevolgd protocol voor de kunstmatige inoculatie:

  • Geïnfecteerd plantenmateriaal wordt afgespoeld in een kleine hoeveelheid water.
  • Plantmateriaal wordt afgezeefd.
  • Sporenoplossing wordt verspoten (met rugsproeier) over de te inoculeren planten. Best niet in volle zon, en liever ’s avonds dan ’s morgens, al is dit niet noodzakelijk op een bewolkte dag.
  • De planten werden niet afgedekt omdat het doel was om sporendruk in de serre te creëren en niet om de klimaatomstandigheden zó te creëren dat zeker kieming kon gebeuren.

Behandelingsmethode
De proefbehandelingen (= specifieke behandelingen met middelen tegen Bremia) werden uitgevoerd met rugsproeier onder druk met spuitboom, en op de specifieke veldjes. De algemene behandelingen met middelen die niet specifiek werken tegen Bremia werden met de spuitrobot over de ganse serre uitgevoerd.

Beoordelingsmethode
Tijdens deze teelt werden geen symptomen van Bremia waargenomen.
Bij oogst werden de kroppen beoordeeld op smet, rand, droogrand en geel blad. 
Het gemiddelde gewicht werd eveneens bepaald.

Statistische analyse
De resultaten werden verwerkt met het statistisch programma statistica, er werd een ANOVA analyse uitgevoerd. Wanneer statistische verschillen aanwezig waren, werd een Tukey test uitgevoerd.

Resultaten
Bij oogst werden de kroppen beoordeeld op smet, rand, droogrand en geel blad, en werd het gemiddelde kropgewicht bepaald. De uitgebreide tabellen zijn raadpleegbaar in het bijhorend verslag.

Validiteit van de resultaten
De proef is uitgevoerd volgens het protocol. Ondanks de hoge RV net na de inoculatie werden in deze proef geen symptomen van Bremia waargenomen. Conclusies naar de werking van beslissingsondersteunend instrument kunnen niet genomen worden, wel kan gekeken worden naar de kwaliteitsverschillen van de kropsla door toepassen van de verschillende bespuitingsschema’s.

Bespreking
Tot 24/02/2014 werd het klimaat net zoals in de late herfstteelt 2013 gestuurd met behulp van de buisverwarming. Omdat dit niet praktijkgericht was met de heersende buitentemperaturen (te warm om nog te stoken) werd deze uitgeschakeld vanaf dan.

Kunstmatige inoculatie (zonder afdekken) gebeurde met behulp van aangetast plantmateriaal uit de diepvries op 25/02/2014. Tijdens de teelt werden geen symptomen van Bremia en rand waargenomen. Hier en daar werd wel wat droogrand vastgesteld.

De kalenderbespuitingen (object 12 en object 15 standaard) werden uitgevoerd op:

  • 4/02/2014 (1ste teeltweek): Fenomenal (2.5 kg/ha)
  • 10/02/2014 (2de teeltweek): Previcur Energy (2.5 l/ha)
  • 27/02/2014: Paraat (0.36 kg/ha)
  • 6/03/2014 (vóór sluiten van de rijen): Proplant (1.5 l/ha)
  • 24/03/2014 (2 weken voor oogst): Revus (0.6 l/ha)

De behandelingen volgens het instrument (object 13 en object 16) werden gestart op dezelfde dag als de derde behandeling volgens het standaard schema (zie ook Figuur 1):

  • 27/02/2014: Proplant (1.5 l/ha)
  • 14/03/2014: Fenomenal (2.5 kg/ha)

De proefbehandelingen (= specifieke behandelingen met middelen tegen Bremia) werden uitgevoerd met rugsproeier onder druk met spuitboom, en op de specifieke veldjes. Door het telen met het instrument werden 3 behandelingen minder uitgevoerd.

De overgang van het wel gebruiken van de buisverwarming en het stopzetten hiervan is duidelijk te zien in Figuur 1. Wanneer de buisverwarming werd uitgeschakeld stijgt de relatieve vochtigheid tot boven de 90%. Dit viel net samen met het moment van kunstmatige inoculatie.

Ondanks de overschrijdingen van het klimaat net na de kunstmatige inoculatie kwam geen aantasting voor. De behandelingen op 27/02/2014 (bij standaard schema Paraat, bij instrument Proplant) hebben er wellicht voor gezorgd dat de infectie niet is kunnen ontwikkelen.

Besluit
Tijdens deze teelt werden geen symptomen van Bremia waargenomen. Voor de validatie van het beslissingsondersteunend instrument kunnen geen concrete besluiten getrokken.

De kropgewichten lijken erop te wijzen dat het standaard schema voor een hoger kropgewicht zorgt, en dit zowel bij het ras Cosmopolia als bij het ras Flandria. Statistische analyse van de twee rassen apart kon dit echter niet bevestigen: er is geen statistisch verschil tussen de objecten. Er zijn geen kwaliteitsverschillen vast te stellen tussen het beslissingsondersteunend instrument en het standaard schema. Wel zijn door te behandelen volgens het instrument 3 toepassingen uitgespaard.

Volledig verslag Kropsla valse meeldauw (Bremia) validatie beslissingsondersteunend instrument en webapplicatie vroege lenteteelt 2014

Samenwerking
Dit onderzoek wordt gesteund door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Techniek, IWT.

publicatiejaar2014
afdelingGangbaar glas
Teelt of thema
  • Kropsla
Print

Aantal keer bekeken (6565)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x