X
GO

Actueel nieuws

Ajuin onkruidbestrijding 2013

Ajuin onkruidbestrijding 2013

Uien: selectiviteit en efficiëntie van onkruidbestrijdingschema's 2013

Auteur: Cap Nathalie/zondag 15 december 2013/Categorieën: Openluchtteelt, Uien, Thema, gewasbescherming, onkruiden, Voorlichting, proefverslag, Proefverslag, Niet-leden

In deze proef werden schema's getest met de bodemherbiciden PM10/011 en PM06/020. Daarnaast werd ook de efficiëntie van het contactherbicide Xinca nagegaan in een schema en werd de selectiviteit en efficiëntie van een proefmiddel, PM12/014, nagegaan.

Behandelingsmethode
De proefbespuitingen gebeurden met een professionele proefveldspuit gedragen op de rug. De toepassingsdruk varieerde van 2,8 tot 3,8 bar. De gebruikte hoeveelheid water bedroeg 500 liter per hectare. Het middel PM12/014 werd toegepast met minder druk en een grovere druppel, dit om fytotoxiciteit door dit product te vermijden.

 

Beoordelingsmethode
De verschillende fytotoxiciteitsbeoordelingen hielden in dat groeiachterstand, uitval, verkleuring, necrose en vervormingen geëvalueerd werden. Voor de onkruidbeoordeling van 16/05/2013 werd het aantal onkruiden per 1 m² (=8 frames) per soort en per plot geteld. Voor de onkruidbeoordeling van 14/06/2013 en 8/07/2013 werd het percentage door onkruiden (per soort en alle onkruiden in totaal) geschat.

Statistische analyse
Indien de waarden niet homogeen weren, werd een transformatie uitgevoerd. Daarna gebeurde een variantie-analyse op de gemiddelden. Als hier significante verschillen (α=0.05) werden gevonden dan werd een post-hoc Tukey test uitgevoerd om de verschillen tussen de gemiddelden aan te tonen.

Validiteit van de resultaten
Er was een afwijking van meer dan 10 % betreffende de hoeveelheid afgegeven proefproduct in proefbehandeling H: object 7, parallel 1 (19,8 %).

Bespreking efficiëntie
Alle objecten, inclusief het onbehandelde, kregen een voor-opkomst behandeling na zaai. In alle objecten werd na zaai 1.5 l/ha Stomp aqua toegepast, en vlak voor opkomst van de uien werd 2 l/ha Reglone gespoten.

In deze proef was het vooral de bedoeling verschillende schema’s in na-opkomst te vergelijken. In naopkomst werden de dosissen van de gebruikte middelen aangepast aan het stadium van het gewas.

De onkruidpopulatie was vrij divers en bestond voornamelijk uit straatgras, melganzevoet, klein kruiskruid, muur, herderstasje, perzikkruid, kamille, akkerkers, knopkruid en varkenskers.

In object 2 werd gewerkt met combinaties van de bodemherbiciden PM10/011, Stomp aqua en Aliacine. Dosissen en toepassingstijdstippen werden opgesteld in functie van het stadium van het gewas. Met dit schema werd een goede onkruidbestrijding bekomen en was er een significante reductie van melganzevoet, muur, brandnetel, herderstasje, perzikkruid in vergelijking met object 1 dat enkel een voor-opkomst behandeling kreeg. Op klein kruiskruid was dit schema minder efficiënt en was de bekomen reductie niet significant. Klein kruiskruid gaf uiteindelijk de meeste concurrentie aan de uien, omdat het door dit schema niet of minder kon bestreden worden.

Schema 3 was gelijkaardig aan schema 2. Verschil was dat er in toepassing E (gewasstadium eerste pijpje) ook contactherbicide Totril werd toegevoegd. Vanaf de volgende toepassing werd Aliacine vervangen door Totril. In dit schema werd een zeer goede onkruidbestrijding bekomen en was er een significante reductie van melganzevoet, muur, perzikkruid, herderstasje en brandnetel. Ten opzichte van schema 2 leek dit schema toch net iets meer werking te hebben op klein kruiskruid.

In object 4 werd gestart met het bodemherbicide PM10/011 in combinatie met de contactherbiciden Totril en Basagran. Toepassing D gebeurde hier en in de andere schema’s (uitgezonderd object 1 en 7, waar deze behandeling niet werd gezet) met de bodemherbiciden PM10/011 in combinatie met Aliacine. Vanaf toepassing F werd in dit schema bodemherbicide Stomp aqua vervangen door contactherbicide Basagran. Ook met dit schema werd een zeer goede onkruidbestrijding bekomen en was er een significante reductie van melganzevoet, klein kruiskruid, muur, herderstasje, perzikkruid en brandnetel in vergelijking met object 1.

Schema 5 was gelijkaardig aan schema 3. Vanaf behandeling F werd echter ook PM06/020 toegepast. Bij behandeling F werd PM06/020 toegepast in plaats van PM10/011 en bij behandeling G in plaats van Stomp aqua. Dezelfde resultaten als object 4 konden met dit object worden behaald. De onkruidbestrijding was hier dus eveneens zeer goed.

Schema 6 was eveneens gelijkwaardig aan schema 3. Bij behandeling F en G werd Totril vervangen door Xinca. Ook hier was de onkruidbestrijding zeer goed met evenwaardige resultaten als schema 4 en 5.

Bij schema 7 was er geen behandeling C, D en E. Behandelingen F, G en H gebeurden met PM12/014. Dit schema kon echter niet optornen tegen de aanwezige onkruiden. Behalve een significante reductie van muur ten opzichte van het onbehandelde object kon dit schema geen enkel ander onkruid de baas. De reductie van muur was wel wat minder dan de andere schema’s. 

Object 8 is vergelijkbaar met object 2, waar de schema’s gelijk lopen tot en met behandeling E. Behandelingen F en G worden hier echter gezet met PM12/014. Ook extra behandeling H gebeurde met dit middel. Er werd een goede onkruidbestrijding bekomen. Enkel klein kruiskruid werd iets minder goed bestreden. Dit kon echter niet statistisch gestaafd worden.

Bespreking selectiviteit
De groei van de uien op dit proefveld was vrij heterogeen, maar dit kon niet toegeschreven worden aan de proefbehandelingen aangezien bepaalde mindere zones niet afgebakend waren door de plotgrenzen en het ook niet in herhalingen zichtbaar was.

In geen enkel object werden dus fytotox symptomen waargenomen. De toegepaste schema’s waren selectief in ajuin in deze proef.

In een gelijkaardige proef vorig jaar werd fytotoxiciteit waargenomen in de objecten waar PM12/014 werd toegepast. Om fytotoxiciteit te vermijden werd dit middel in deze proef echter met minder druk en een grovere druppel toegepast zodat de ajuinen het middel minder zouden opnemen. Er werd in deze proef dan ook geen fytotox symptomen waargenomen in deze objecten.

Besluit
De onkruidpopulatie in deze proef was vrij divers en bestond voornamelijk uit:

  • Straatgras
  • Melganzevoet
  • Klein kruiskruid
  • Muur
  • Herderstasje
  • Perzikkruid
  • Kleine brandnetel
  • Akkerkers
  • Knopkruid
  • Varkenskers.

Alle geteste schema’s, behalve schema 7, geven een significante reductie van de meeste aanwezige onkruiden in vergelijking met object 1 dat enkel een vooropkomst behandeling kreeg.

Schema 7 is gebaseerd op het proefmiddel PM12/014. Bij dit schema werd niet behandeld op het kram-, vlagbladeneerste bladstadium. Schema 2 en schema 8 blijken ook minder goed klein kruiskruid onder controle te kunnen houden.

Schema 2 is een combinatie van de bodemherbiciden PM10/011, Stomp aqua en Aliacine

Schema 8 is vergelijkbaar met object 2, waar de schema’s gelijk lopen tot en met behandeling E. Behandelingen F en G worden hier echter gezet met PM12/014. Ook extra behandeling H gebeurde met dit middel.

De beste onkruidbestrijding in deze proef wordt bekomen in de objecten 3 tot en met 6. Schema 3 is gelijkaardig aan schema 2. Verschil is dat er in toepassing E (gewasstadium eerste pijpje) ook contactherbicide Totril werd toegevoegd.

In object 4 werd een schema toegepast voor droge omstandigheden op een afgehard gewas. In dit object is er gestart met het bodemherbicide PM10/001 in combinatie met de contactherbiciden Totril en Basagran. Toepassing D gebeurt hier en in de andere schema’s met de bodemherbiciden PM10/011 in combinatie met Aliacine. Vanaf toepassing F wordt in dit schema bodemherbicide Stomp qua vervangen door contactherbicide Basagran.

Schema 5 is gelijkaardig aan schema 3. Vanaf behandeling F wordt echter ook PM06/020 toegepast.

Bij behandeling F wordt PM06/020 toegepast in plaats van PM10/011 en bij behandeling G in plaats an Stomp aqua. Schema 6 is eveneens gelijkwaardig aan schema 3. Bij behandeling F en G wordt Totril vervangen door Xinca.

In een gelijkaardige proef vorig jaar werd fytotoxiciteit waargenomen in de objecten waar PM12/014 werd toegepast. Om fytotoxiciteit te vermijden werd dit middel in deze proef echter met minder druk en een grovere druppel toegepast zodat de ajuinen het middel minder zouden opnemen. Er wordt in deze proef dan ook geen fytotox symptomen waargenomen in deze objecten.

Verklaring van de kwaliteitsverantwoordelijke
De kwaliteitsverantwoordelijke verklaart dat het onderzoek werd uitgevoerd volgens de kwaliteitsborgingspunten vastgelegd in het intern kwaliteitssysteem van het PCG. 

Volledig verslag Onkruidbestrijding in uien 2013

 

publicatiejaar2013
afdelingOpen lucht
Teelt of thema
  • Ajuin
Print

Aantal keer bekeken (7995)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x