X
GO

Actueel nieuws

Bataat teelttechniek 2019

Bataat teelttechniek 2019

Vergelijking manueel planten van slips met het machinaal planten van gewortelde planten in paperpot

Auteur: Annelien Tack & Tijl Ryckeboer/dinsdag 19 mei 2020/Categorieën: Openluchtteelt, Andere gewassen, bataat, Innovaties, bataat, Projecten, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), BATAAT, Thema, teelttechniek, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Proefverslag, Niet-leden

Deze proef werd aangelegd om verdere inzichten te verwerven voor de optimalisatie van de teelttechniek van bataat (Ipomoea batatas) in Vlaanderen. De proef werd aangelegd op een proefveld te Kruishoutem, België, als demonstratieve proef.

In deze proef werd het manueel planten van slips (rassen Orleans en Beauregard) vergeleken met het machinaal planten van gewortelde planten in paperpot (rassen Orleans en Indosweet). Twee verschillende types ruggen werden hiervoor aangelegd. Enerzijds smalle ruggen op 75 cm met 1 plantrij en 1 vloeidarm per rug, aangelegd door loonwerker Pattyn en anderzijds brede ruggen op 150 cm met 2 plantrijen per rug en 1 vloeidarm in het midden tussen de plantrijen, aangelegd door loonwerker Debusschere. Als tweede werd het effect van stikstofbemesting gedemonstreerd door de vergelijking te maken tussen een basisbemesting van 64 eenheden stikstof (d.m.v. Haspargit en runderstalmest) en een hogere stikstofbemesting door aanvulling tot 140 eenheden met ammoniumnitraat. Tenslotte werd beregening via vloeidarmen in de rug vergeleken met beregening van bovenaf via tiksproeiers.

 

Bespreking 
Over het algemeen wordt erg weinig wegval geconstateerd in de proef, behalve bij de objecten met het ras Beauregard van Viveros Santana. Er wordt geen duidelijke invloed gezien van enerzijds stikstofgift en anderzijds type beregening op het percentage wegval.


Alle objecten (de objecten met Beauregard buiten beschouwing gelaten) vertonen een goede weggroei en uniformiteit. De objecten met bovenberegening lijken algemeen iets achter te komen in volume en uniformiteit ten opzichte van de objecten met beregening via vloeidarmen.

Naar aanleiding van het proefveldbezoek en bijhorende machinedemonstraties werden een aantal stroken van de proef al vroegtijdig geoogst, nl. op 27 augustus en 2 september. Op dat moment worden afhankelijk van het object al opbrengsten gehaald tussen de 16 en 40 ton/ha. Orleans (zowel de paperpots als de slips) haalt op dat moment reeds de hoogste opbrengst. Indosweet en Beauregard komen duidelijk nog achter in opbrengst. Bij Beauregard is dit ongetwijfeld deels te wijten aan het hoge percentage wegval bij dit ras.

De finale oogst gebeurde op 11 oktober. De opbrengsten zijn in vergelijking met de vroegtijdige oogst eind augustus/begin september duidelijk nog enorm toegenomen. De 5 à 6 extra groeiweken (bij groeizame omstandigheden: bodemtemperatuur > 10°C) zorgen duidelijk voor een grote meeropbrengst. Finaal wordt in de proef de beste opbrengst gehaald met slips van het ras Orleans bij een stikstofgift van 140 eenheden en watergift via vloeidarmen.

Image
Proefveldbezoek met machinedemonstraties op 2 september 2019
 


Besluit
We zien duidelijk bevestigd dat een lagere verkoopbare opbrengst gehaald wordt bij het aanplanten van gewortelde paperpots in vergelijking met slips. Hoewel we weten dat Orleans een ras is met hoge productie en uniforme knollen, zien we bij het planten van paperpots een erg groot aandeel onverkoopbare knollen omwille van gedraaide en misvormde knolvormen.


De invloed van de stikstofgift op de totale opbrengst en ook de verkoopbare opbrengst in deze proef is beperkt. Zowel bij de lage stikstofgift van 64 eenheden als bij de hoge stikstofgift van 140 eenheden wordt een mooie totale opbrengst gehaald van meer dan 40 ton/ha. Het onverkoopbare aandeel van de opbrengst is bij beide dosissen vergelijkbaar. De meerwaarde van de hogere stikstofgift komt gemiddeld op ongeveer 2 à 3 ton/ha extra opbrengst. Dit resultaat is vergelijkbaar met de resultaten van de stikstof trappenproef die in 2018 werd uitgevoerd.

Bij de smalle ruggen werd via de vloeidarmen evenveel water gegeven als bij de bovenberegening met tiksproeiers. We zien in de proef naast de invloed op de gewasgroei ook een duidelijke invloed op de knolopbrengst. De minder efficiënte benutting van het water bij bovenberegening resulteert in een lagere totale en ook verkoopbare opbrengst van respectievelijk 13 en 16%. Het aandeel S, M en L1 kalibers is vergelijkbaar, maar door de lagere benutting van het water worden veel minder grote kalibers gevormd, wat aanleiding geeft tot de lagere opbrengst.

Bij de brede ruggen, waar via de vloeidarmen ongeveer 20% minder water gegeven werd dan via bovenberegening (zie deel 2.5), zien we dat ondanks de lagere watergift nog steeds een gemiddeld hogere totale en verkoopbare opbrengst gehaald wordt (respectievelijk 7 en 9%). Ook dit resultaat wijst op een efficiëntere benutting van het water via vloeidarmen dan via bovenberegening.

Er kan geen duidelijke invloed waargenomen worden van de stikstofgift en/of type beregening op het droge stof gehalte van de knollen.

 

Lees het volledig rapport Bataat teelttechniek 2019

 

Samenwerking
Dit onderzoek gebeurde in het kader van het Vlaio La-traject “Succesvolle uitbouw van de teelt van bataat in Vlaanderen” met de steun van het Agentschap Innoveren & Ondernemen.

 


publicatiejaar2019
afdelingOpen lucht
Teelt of thema
  • Bataat
Print

Aantal keer bekeken (3839)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x