X
GO

Actueel nieuws

Voorlopige resultaten proeven bio beschutte teelten

Voorlopige resultaten proeven bio beschutte teelten

Terugblik proefveldbezoek bio beschutte teelten

Auteur: Stefanie De Groote/vrijdag 9 augustus 2019/Categorieën: Bio beschutte teelt, Vruchtgroenten, komkommer, paprika, tomaat, Bodem en bemesting, Projecten, Europa, Horizon 2020, GRES, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), MELO, Thema, bemesting, gewasbescherming, ziekten, teelttechniek, Bodem, Voorlichting, gezien op het veld, Actueel, Niet-leden

Op vrijdag 28 juni vond op PCG het proefveldbezoek bio beschutte teelten plaats. De ideale gelegenheid om de lopende proeven in de bio serres en koepels van naderbij te bekijken en er een woordje uitleg te krijgen. Momenteel liggen in de beide biologische serrecompartimenten proeven aan waarbij het potentieel van vanggewassen en tussenteelten ter beheersing van Meloidogyne spp. (wortelknobbelaaltjes) bekeken wordt. In de koepels staan vruchtgewassen en wordt binnen het GreenResilient project op zoek gegaan naar een meer agro-ecologische teelttechniek.


Vanggewas tijdens de winter ter beheersing van Meloidogyne
Deze proef heeft als doel na te gaan of het inzaaien van een vanggewas tijdens de wintermaanden, als er geen vruchtgroenten in de serre staan, mogelijkheden biedt om de populatie wortelknobbelaaltjes onder controle te houden. Vanggewassen lokken de aaltjes in de wortels waar ze dan vast komen te zitten. Belangrijk is dat de wortelknobbelaaltjes zich dan niet verder kunnen ontwikkelen. Indien de ontwikkeling wel verder gaat, moet de plant vernietigd worden voor nieuwe eitjes worden gevormd. Potentieel interessante soorten kiemen en groeien nog voldoende tijdens de winterperiode, zijn inpasbaar in de teeltrotatie zonder grote economische gevolgen en zorgen voor een afname van wortelknobbelaaltjes. Op basis van deze criteria werden volgende vanggewassen geselecteerd: rogge, wilde rucola, mosterdblad, veldsla en een mengsel van 14 soorten. Deze vanggewassen werden ingezaaid in december 2018 en bleven aanwezig tot begin maart 2019. Alle soorten vertoonden een vlotte kieming, maar de uiteindelijke bedekking en biomassa verschilde sterk tussen de soorten. 

Mosterdblad behaalde de hoogste bedekking (96%) en biomassa (8607 g/m²), terwijl de bedekking (67%) en biomassa (1227 g/m²) van veldsla opvallend lager was. Een vergelijking tussen de beginpopulatie (Pi, december 2018) en de eindpopulatie (Pf, maart 2019) wortelknobbelaaltjes in elk van deze teelten en het braak object (figuur 1) toonde aan dat de Pf in alle gevallen kleiner was dan de Pi. Dit was enkel significant voor de rucola.

 

Figuur 1: Gemiddeld aantal Meloidogyne per 100cm3 bij verschillende korte tussenteelten

 

 

Voor het mengsel en het mosterdblad was de eindpopulatie voor sommige herhalingen hoger dan de beginpopulatie, wat wijst op een vermeerdering van de wortelknobbelaaltjes. De lichte afname van wortelknobbelaaltjes in het braak object is te verklaren door natuurlijke sterfte. Wortelknobbelaaltjes zijn obligate plantenparasieten, wat wil zeggen dat ze een plant nodig hebben waar ze zich kunnen op voeden en vermeerderen (= waardplant). Zonder waardplant sterven ze. Ze kunnen echter een bepaalde periode overbruggen zonder waardplant. Afhankelijk van de soort kan dit enkele maanden zijn. Bij dalende bodemtemperaturen worden wortelknobbelaaltjes minder actief waardoor ze hun energie bewaren om langer te kunnen overleven. 
Na het inwerken van deze vanggewassen werden eind maart komkommers geplant. Deze teelt loopt momenteel ten einde en na afloop zullen de wortelstelsels geanalyseerd worden op wortelknobbels om te kijken of verschillen waarneembaar zijn afhankelijk van het vanggewas.


Tussenteelten in paprika ter beheersing van Meloidogyne
Niet alleen tijdens de wintermaanden, maar ook tijdens een hoofdteelt vruchtgroenten is het belangrijk om de populatie wortelknobbelaaltjes onder controle te houden om zodoende economische verliezen te minimaliseren. In deze proef wordt de haalbaarheid van het integreren van verschillende soorten tussenteelten (tabel 1) nagegaan. Er wordt enerzijds gekeken naar hoe goed de verschillende tussenteelten kiemen en groeien onder de hoofdteelt en anderzijds naar de invloed van de tussenteelt op de gewasgezondheid en opbrengst van de hoofdteelt paprika.

 

Tabel 1: Overzicht van de verschillende tussenteelten

 

Tabel 1: Overzicht van de verschillende tussenteelten.

 

 


De paprika’s werden eind maart opgeplant en kort nadien werden de tussenteelten ingezaaid of tussen geplant. De gezaaide soorten vertoonden onderling grote verschillen in kiem- en groeisnelheid waarbij bladrammenas en tagetes de snelste kiemers en groeiers waren, terwijl cineraria duidelijk de traagste kiem- en groeisnelheid had. De geplante tussenteelten ondervonden geen zichtbare hinder van de paprika’s en groeiden goed door. De groeisnelheid van de MAO aubergine lag veel hoger dan die van de paprika’s dus om te vermijden dat de aubergines de paprika’s overgroeien, werden de bladeren van de aubergine op regelmatige basis gesnoeid. Ook tagetes, bladrammenas en ageratum moesten om dezelfde reden vanaf mei gesnoeid worden. Midden juni werd uitval van paprikaplanten waargenomen door Sclerotinia aantasting, dit in eerste instantie vooral bij rolklaver, maar later ook bij bladrammenas, tagetes en ageratum. De uitbundige groei van deze tussenteelten en het vochtige microklimaat dat daardoor gecreëerd werd aan de voet van de paprika’s is hoogstwaarschijnlijk de oorzaak hiervan. Om het risico op verdere uitval en aantasting van de paprika’s te minimaliseren, werd beslist om deze tussenteelten te verwijderen. Aan het einde van deze proef zal de invloed van de tussenteelten op de opbrengst geëvalueerd worden en geschikt bevonden tussenteelten zullen later getest worden op hun invloed op de populatie wortelknobbelaaltjes. Door het inzetten van tussenteelten die de wortelknobbelaaltjes sterker aantrekken dan de hoofdteelt, kan deze laatste beter beschermd zijn. Belangrijk is wel dat de tussenteelt de populatie niet verhoogt want bij toenemende aaltjesdruk kan alsnog schade optreden.


Naar een meer agro-ecologische teelttechniek in de koepels
Jaarrond een divers gamma aan kwaliteitsvolle biologische groenten garanderen op een duurzame manier is een uitdaging. Daarom wordt binnen het GreenResilient-project gezocht naar robuuste innovatieve agro-ecosystemen die de functionele biodiversiteit bevorderen en zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van externe inputs. Twee teeltsystemen in koepels worden met elkaar vergeleken gedurende drie jaar: een Business As Usual (BAU) systeem en een Innovatief (INN) systeem. Het BAU systeem wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van één soort gewas, een basisbemesting met groencompost en de afwezigheid van een groenbedekker tussen de verschillende teelten. In het INN systeem worden steeds meerdere gewassen uit verschillende families samen geplant, gebeurt de basisbemesting met boerderijcompost en wordt er een groenbedekker ingezaaid tussen de verschillende teelten. 


Verschillende parameters worden opgevolgd en vergeleken tussen beide systemen: gewasopbrengst, nutriëntenbeschikbaarheid, potentiële uitloging van nutriënten, onkruiddruk, samenstelling van de nematodengemeenschap, aanwezigheid van ziekten, plagen en natuurlijke vijanden. Er zal ook een levenscyclusanalyse gebeuren om de impact van beide systemen op het milieu en het klimaat na te gaan.


Zomer 2019: vruchtgroenten
De zomerteelt van 2019 wordt ingevuld door vruchtgewassen met een duidelijk onderscheid tussen BAU en INN. In het BAU systeem gebeurde voor de vruchtgroenteteelt een basisbemesting met groencompost, staan er tomaten als hoofdteelt en wordt worteldoek gebruikt om het onkruid onder controle te houden. In het INN systeem werd boerderijcompost toegediend als basisbemesting, staan zowel tomaat als komkommer, wordt biologisch stro gebruikt als natuurlijk afdekmateriaal tegen het onkruid en is aan de rand van de koepel een bloemenstrook ingezaaid om de functionele biodiversiteit te  verhogen. 


Op dit moment is al duidelijk dat het stro minder efficiënt is in het tegenhouden van onkruid dan de worteldoek. Tarwekorrels die nog tussen het stro aanwezig waren en gekiemd zijn, vormden het grootste aandeel onkruiden in het INN systeem. Wieden om voldoende luchtcirculatie onderaan de vruchtgewassen te garanderen was noodzakelijk. Van de 12 soorten ingezaaide bloemen zijn er 10 aanwezig in de bloemenrand, maar ook de onkruiden zijn er goed gegroeid. De eerste bloemen staan ondertussen in bloei en er is veel insectenactiviteit waar te nemen rondom de bloemenrand. Welke invloed de bloemenrand heeft op de aanwezigheid van plagen en natuurlijke vijanden zal gedurende de zomer opgevolgd worden en ook de onkruiddruk in de volgteelt zal opgemeten worden om zo een zicht te krijgen op de voordelen en de mogelijke nadelen die de bloemenrand met zich meebrengt.

 

Meer info?
Stefanie De Groote


In samenwerking met
VLAIO LA-traject ‘Beheersing van Meloidogyne spp. in intensieve biologische vruchtgroenteteelt in kas’  en Horizon 2020 ‘GreenResilient - Core Organic Cofund’

   

Print

Aantal keer bekeken (858)/Commentaren (0)

Links

x