X
GO

Actueel nieuws

Bataat bemesting strategie 2018

Bataat bemesting strategie 2018

Bemestingsstrategie in bataat 2018

Auteur: Annelien Tack & Tijl Ryckeboer/maandag 15 april 2019/Categorieën: Openluchtteelt, Andere gewassen, bataat, Innovaties, bataat, Projecten, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), BATAAT, Thema, bemesting, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Proefverslag, Niet-leden

Deze proef werd aangelegd om verdere inzichten te verwerven in de bemestingsstrategie van de teelt van bataat (Ipomoea batatas) in Vlaanderen. De proef werd aangelegd op een proefveld te Kruishoutem, België, als gerandomiseerde blokkenproef. We teelden bataat op ruggen met een tussenafstand van 75 cm en 30 cm in de rij. De ruggen werden geïrrigeerd met vloeidarmen en overtrokken met zwarte mulchfolie. De ruggen werden getrokken door loonwerker Stefaan Pattyn.

We gebruikten slips van het ras Orleans, ontwikkeld door de Louisiana State University, vermeerderd door Nativaland in Portugal en verdeeld door Lenders B.V. uit Nederland.

Bataat is een gewas met een vrij lage stikstofbehoefte. Teveel stikstof zou volgens de literatuur zelfs resulteren in het stimuleren van bladvorming ten nadele van de knolvorming. In de praktijk wordt de stikvoorraad in de bodem meestal tot maximaal 100 á 150 eenheden stikstof aangevuld. Concrete richtlijnen zijn echter nog niet voorhanden. Bij aardappelen weten we dat kalium een belangrijke rol speelt bij de knolvorming en bovendien een invloed heeft op het droge stof gehalte. Of dit voor bataat ook het geval is, werd in Vlaanderen nog niet nagegaan. In de proef werden daarom zowel voor stikstof als voor kalium 4 verschillende trappen/dosissen vergeleken.

 

Bespreking
Bataat is een gewas met een vrij lage stikstofbehoefte. Teveel stikstof zou volgens de literatuur zelfs resulteren in het stimuleren van bladvorming ten nadele van de knolvorming. In de praktijk wordt de stikvoorraad in de bodem meestal tot maximaal 100 á 150 eenheden stikstof aangevuld. Concrete richtlijnen zijn echter nog niet voorhanden. Bij aardappelen weten we dat kalium een belangrijke rol speelt bij de knolvorming en bovendien een invloed heeft op het droge stof gehalte. Of dit voor bataat ook het geval is, werd in Vlaanderen nog niet nagegaan. In de proef werden daarom zowel voor stikstof als voor kalium 4 verschillende trappen/dosissen vergeleken.

Alle bemestingsstrategieën die werden uitgetest in de proef, resulteerden in een goede gewasgroei. Bij de gewasbeoordeling 1 maand na het planten, konden geen verschillen in wegval, gewasvolume of uniformiteit worden aangetroffen. Dit bleef zo gedurende de volledige teelt. De proef werd geoogst op 11 oktober. De opbrengst werd per plot gewogen en gesorteerd. 

 
De resultaten van de proef bevestigden zeker dat bataat niet zo veeleisend is wat betreft bemesting en dat het gewas goed kan groeien met weinig input. Het object met een nul bemesting N en het object met een nul bemesting kalium, haalden beiden nog steeds een verkoopbare opbrengst van ongeveer 58 ton/ha.

Er werden geen statistische verschillen vastgesteld in de proef. Toch zagen we zowel bij de N-trappen als K-trappen de zelfde trend. Van 0 E naar 80 E en 80 E naar 140 E voor stikstof nam de gemiddelde opbrengst telkens 2 à 3 ton/ha toe. De hoogste dosis stikstof van 200 E gaf geen meerwaarde meer ten opzichte van de dosis van 140 E. Een daling van de opbrengst bij deze hoogste dosis stikstof, zoals de literatuur beschrijft, zagen we echter niet in de proef. Ook voor kalium zagen we bij de overgang van 0 E naar 100 E en van 100 E naar 200 E een beperkte stijging van de gemiddelde opbrengst van respectievelijk 4 en 3 ton/ha. De hoogste dosis van 300 E kalium gaf ook geen meerwaarde meer ten opzichte van de dosis van 200 E kalium.

De sortering was over alle objecten heen erg gelijkaardig, er werden geen verschillen aangetroffen.

Om na te gaan of de dosis stikstof en/of kalium een invloed had op het droge stof gehalte van de knollen, werden droge stof stalen genomen van telkens de laagste en de hoogste dosis N en K. Er werden geen duidelijke verschillen aangetroffen in percentage droge stof bij lage of hoge dosis N of K. Voor alle objecten lag het percentage droge stof tussen de 17.8 en 18.4 %. De bemesting leek in deze proef geen invloed te hebben op het droge stof gehalte van de knollen.

 

Besluit
De resultaten van de proef bevestigen zeker dat bataat niet zo veeleisend is wat betreft bemesting en dat het gewas goed kan groeien met weinig input. Het object met een nul bemesting N en het object met een nul bemesting kalium, haalden beiden nog steeds een verkoopbare opbrengst van ongeveer 58 ton/ha.

Er worden geen statistische verschillen vastgesteld in de proef. Toch zien we zowel bij de N-trappen als K-trappen de zelfde trend. Van 0 E naar 80 E en 80 E naar 140 E voor stikstof neemt de gemiddelde opbrengst telkens 2 à 3 ton/ha toe. De hoogste dosis stikstof van 200 E geeft geen meerwaarde meer ten opzichte van de dosis van 140 E. Een daling van de opbrengst bij deze hoogste dosis stikstof, zoals de literatuur beschrijft, zien we echter niet in de proef. Ook voor kalium zien we bij de overgang van 0 E naar 100 E en van 100 E naar 200 E een beperkte stijging van de gemiddelde opbrengst van respectievelijk 4 en 3 ton/ha. De hoogste dosis van 300 E kalium geeft ook geen meerwaarde meer ten opzichte van de dosis van 200 E kalium.

De sortering is over alle objecten heen erg gelijkaardig, er worden geen verschillen aangetroffen.
Voor alle objecten ligt het percentage droge stof tussen de 17.8 en 18.4 %. De bemesting lijkt in deze proef geen invloed te hebben op het droge stof gehalte van de knollen.

 

Lees het volledig verslag Bemestingsstrategie in bataat 2018

 

Samenwerking
Dit onderzoek gebeurde in het kader van het Vlaio La-traject “Succesvolle uitbouw van de teelt van bataat in Vlaanderen” met de steun van het Agentschap Innoveren & Ondernemen.

 

publicatiejaar2018
afdelingOpen lucht
Teelt of thema
  • Bataat
Print

Aantal keer bekeken (2740)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x