X
GO

Actueel nieuws

Bataat rassen demo 2017

Bataat rassen demo 2017

Demo rassen bataat (Ipomoea batatas)

Auteur: RYCKEBOER TIJL/vrijdag 15 december 2017/Categorieën: Openluchtteelt, Andere gewassen, bataat, Innovaties, bataat, Projecten, Provincie Oost-Vlaanderen, MAYA, Thema, rassen, Voorlichting, proefverslag, Actueel, Proefverslag, Niet-leden

Deze proef werd aangelegd om inzichten te verwerven qua rassenkeuze in de teelt van bataat (Ipomoea batatas). 

De proef werd aangelegd op een proefveld te Kruishoutem, België, als demonstratieve proef. Van de meeste variëteiten konden we twee volwaardige herhalingen aanplanten. Aangezien we niet van elk ras evenveel plantmateriaal konden bemachtigen, was de plotoppervlakte niet altijd gelijk.

We teelden bataat op aardappelruggen met een tussenafstand van 75 cm en 30 cm in de rij.

In navolging van de rassenproef in 2016 testten we opnieuw de Amerikaanse rassen (Burgundy, Bonita, Murasaki, Evangeline en Orleans) ontwikkeld door de Louisiana State University (LSU) uit. Het bleek kwaliteitsvol, gecertificeerd virusvrij plantgoed te zijn (plantenkweker Fitzgerald nurseries). 

Variëteiten met zowel oranje als wit vruchtvlees kwamen in deze proef aan bod. We plantten op geïrrigeerde aardappelruggen afgedekt met zwarte folie. Het planten gebeurde echter pas op 9 juni en dat is merkbaar in de lagere opbrengsten en het vrij hoge percentage niet vermarktbare knollen. De omstandigheden waren vrij ongunstig: vrij droge ruggen en extreem warm en droog weer bij aanvang, wat een trage weggroei tot gevolg had.

Voorts legden we twee rassen in de proef die we zelf opkweekten, California en Beauregard, en één ras op aanvraag, Georgia Jet, die ons aangeleverd werd in pluggen  (plantenkwekerij Denolf).

 

Objecten

Object

Ras

Plantenmateriaal

Afkomst plantenmateriaal

Licentie

Grondbedekking

Watergift

 

 

 

 

 

 

1

Burgundy

Stek

Fitzgerald Nurseries

Louisiana State University (LSU)

Zwarte folie

t-tape

2

Bonita

Stek

Fitzgerald Nurseries

Louisiana State University (LSU)

Zwarte folie

t-tape

3

Murasaki

Stek

Fitzgerald Nurseries

Louisiana State University (LSU)

Zwarte folie

t-tape

4

Evangeline

Stek

Fitzgerald Nurseries

Louisiana State University (LSU)

Zwarte folie

t-tape

5

Orleans

Stek

Fitzgerald Nurseries

Louisiana State University (LSU)

Zwarte folie

t-tape

6

California

Stek

Eigen plantenmateriaal

Zwarte folie

t-tape

7

California

Geworteld in p9

Eigen plantenmateriaal

 

Zwarte folie

t-tape

8

Georgia Jet

Geworteld in lijmplug

Via Ardo (E. Jadin)

Zwarte folie

t-tape

PR = productie

Beauregard

Stek

Eigen plantenmateriaal

 

Zwarte folie

t-tape

 

Resultaten
De onderstaande tabellen kunnen in het bijhorend verslag geraadpleegd worden:

  • Tabel: gewasbeoordeling op 26/06/2017 (zie ook Annex 3)
  • Tabel: Gewasbeoordeling op 25/07/2017 (zie ook Annex 3)
  • Tabel: Opbrengst op 5/10/2017
  • Tabel: Maatsortering op 11/12/2017 (zie ook Annex 4)
  • Tabel: Percentage droge stof op 9/10/2017
  • Tabel: Opgeloste stofgehalte (°Brix) op 11/10/2017

Bespreking
Op het eerste gezicht waren de rassen met het meeste potentieel Orleans en Beauregeard. De Beauregard stekken hadden een voordeel ten opzichte van de LSU-variëteiten omdat dit plantmateriaal er geen lang transport op zitten had. De overige LSU-rassen hebben zeker ook potentieel. Burgundy ontgoochelde in deze proef wel wat qua opbrengst. Het ras Georgia Jet bleek aanvankelijk een snelle groeier te zijn, maar hoewel deze planten al een duidelijke voorsprong hadden omdat ze aangeleverd werden in lijmpluggen kon dit ras toch niet overtuigen door de kleinere sortering en de groeischeuren die dit ras ontsierden. Die groeischeuren zagen we niet of nauwelijks bij de andere rassen.

Hieronder een beschrijving per variëteit.

Burgundy, stek (LSU): Burgundy was de variëteit met de minst vlotte weggroei. Anderhalve maand na planten had dit ras nog vrij veel kleinere planten en bleek het gewasvolume iets minder te zijn. Die achterstand haalde het ras niet meer in en dit bleek dan ook in de opbrengst en de kleinere maatsorting. Overigens is Burgundy wel een zeer aantrekkelijke variëteit. De schil neigt naar het paars en het vruchtvlees heeft een mooie oranje kleur. Met net geen 20% droge stof had Burgundy een aanvaardbaar droge stof gehalte. Lagere brix waarde in deze proef. 

Bonita, stek (LSU): Een ras met wit-beige vruchtvlees en dito schil. Kende een vrij vlotte weggroei en groeide ook vrij snel door tot een mooi volume. Bonita bleek een ras te zijn waar de vorming van uitlopers beperkt bleef. In deze proef behaalde Bonita een gemiddelde opbrengst. De spreiding qua maatsortering situeerde zich vooral in de kleinere maten. Bonita vormde wel vrij lange knollen. Vrij hoog droge stof gehalte in deze proef. Laagste brix waarde in deze proef.

Murasaki, stek (LSU): Aantrekkelijk en mooi ogend ras met paars-violette schil en wit vruchtvlees. Eerder trage weggroei met vrij lange uitlopers. De opbrengst bleef onder het gemiddelde met een hoog percentage kleinere knollen. Hoogste droge stof gehalte en gemiddelde brix waarde in deze proef.

Evangeline, stek (LSU): Oranje variëteit. Zeer mooi diep oranje vruchtvlees. In de literatuur omschreven als een ras met een hoger percentage beta-caroteen. In deze proef behaalde Evangeline een gemiddelde opbrengst. Het percentage onverkoopbare knollen bleef, in vergelijking met veel andere rassen, beperkt. Soms vrij lange knollen.
Droge stof gehalte lag onder het gemiddelde. Gemiddelde brix waarde in deze proef.

Orleans, stek (LSU): Oranje variëteit. Bij aanvang kende Orleans een matige gewasgroei. Behaalde de hoogste opbrengst van de LSU-stekken en het minst onverkoopbare knollen van alle rassen. Goede sortering en uniforme, niet te lange knollen. Waarschijnlijk één van de meer geschiktere rassen voor de teelt in Noord Europa. Droge stof gehalte lag onder het gemiddelde, maar had een bovengemiddelde brix waarde in deze proef.

California, stek: Bleek oranje schil. Had voordeel ten opzichte van de LSU-stekken aangezien de stekken direct na snijden konden uitgeplant worden. Kende een goede weggroei. Net zoals Bonita maakte California zeer traag uitlopers. De groei bleef na verloop van tijd wat hangen en de opbrengst was niet bevredigend. Het onvermarktbare aandeel was zeer hoog; de kalibers klein.
Tijdens de teelt waren kleine vlekjes te zien op het blad. Een vermoeden van virusaantasting was er maar na virusanalyse (potyvirus, begomovirus en crinivirus) door Ilvo kon echter geen van hiervoor genoemde virussen gedetecteerd worden. 
Qua droge stof gehalte zat California met 20,5 % op het gemiddelde. Bovengemiddelde brix waarde.

Bataat: Groeischeuren bij Georgia Jet

Bataat: Groeischeuren bij Georgia Jet

California, geworteld: Cfr supra. Verschil was dat de planten nog iets sneller weggroeiden en wat voorsprong behielden qua gewasvolume. De planten stonden echter al te lang in pot waardoor de wortels reeds in de plantpot rondgedraaid zaten. Dat toonde zich bij het rooien want bij oogst konden enkel gedraaide, misvormde wortels geoogst worden. Brix en droge stof gehalte werden niet gemeten.













Bataat: Misvormde wortels bij California

Bataat: Misvormde wortels bij California

Georgia Jet, geworteld: Oranje variëteit met een schil die wat naar het paars neigt. Aangeleverd in lijmpluggen. Kende een vlotte weggroei en bleek de sterkste groeier te zijn met zeer lange uitlopers. Op één na hoogste opbrengst in deze proef maar kon in principe niet vergeleken worden met de LSU-variëteiten aangezien dit ras reeds geworteld was en vlotter kon weggroeien. Het percentage afval was zelfs nog vrij hoog en de kalibers vrij klein. Dit ras vertoonde eveneens groeischeuren, wat de andere rassen niet of nauwelijks hadden. Tot 15% van de oogst had hier last van. 
De knollen waren iets gedrongener en dus iets minder lang en ronder.
In het begin van de teelt waren op bepaalde bladeren gele strepen te zien. Een vermoeden van virusaantasting was er maar na virusanalyse (potyvirus, begomovirus en crinivirus) door Ilvo kon echter geen van hiervoor genoemde virussen gedetecteerd worden.
Laagste droge stof gehalte, maar hoogste brix waarde in deze proef.

 

 

 


Beauregard, stek: Oranje vruchtvlees en schil. Waarschijnlijk de meest gekende variëteit hier in “het Noorden”. Had voordeel ten opzichte van de LSU-stekken aangezien de stekken direct na snijden konden uitgeplant worden. Behaalde in deze proef de hoogste opbrengst. In vergelijking met Orleans bleken de knollen iets langer en waren er iets meer onverkoopbare knollen.Droge stof gehalte lag onder het gemiddelde, maar had een bovengemiddelde brix waarde in deze proef.

 

Besluit
De opbrengsten in deze proef zijn algemeen lager door het te late planttijdstip. Tijdig planten is dus de boodschap, zeker als er met stekken geplant wordt. De plant moet immers nog zijn eerste wortels maken. 
Desalniettemin geeft deze proef een goede indicatie qua verschil in rassen. 

De meeste rassen van de Louisiana State University blijken het vrij goed te doen in ons klimaat en onze zanderige bodem. Orleans is duidelijk de sterkste en produceert mooie uniforme knollen. Evangeline heeft iets minder opbrengst maar heeft door zijn mooi diep oranje vruchtvlees een troef om uit te spelen. De knollen van Evangeline vallen ook iets langer uit. Burgundy valt in deze proef wat tegen met een lagere opbrengst.

Kies je voor bataat met wit vruchtvlees dan heb je de keuze tussen Bonita en Murasaki. Bonita produceert zwaardere en langere knollen maar de mooie paars-violette schilkleur van Murasaki kan bij de consument zeker in de smaak vallen. De witte rassen hebben in deze proef een hoger droge stof gehalte.

Beauregard en California zijn opgekweekt in serre op het PCG. Deze kunnen we dus in principe niet vergelijken met de LSU-variëteiten.

Beauregard behaalt in deze proef de hoogste opbrengst, maar soms zijn de knollen wat lang en smal.

California blijft vrij ondermaats qua opbrengst en produceert ook heel veel smalle kleine knollen die onverkoopbaar zijn. California (en hoogst waarschijnlijk ook andere rassen) die te lang wortelt in een plug of een plantpot, blijkt bij oogst ook deze gedraaide, misvormde wortels te produceren.

Hoewel de gewortelde Georgia Jet heel veel en snel loof produceert, valt de productie toch wat tegen. De knollen situeren zich in de kleinere maatsortering. De eerder ronde vorm en de aantrekkelijke schilkleur daarentegen is een pluspunt van dit ras. Een groot nadeel zijn echter de groeischeuren die zich vormen. 

Qua bewaarbaarheid van de verschillende rassen is momenteel nog geen info.

Volledig rapport Bataat rassen demo 2017  met 
Annex 1: Klimaatgegevens
Annex 2: Teelthandleiding batata
Annex 3: Fotomateriaal tussentijdse groei
Annex 4: Fotomateriaal oogst en sortering

 

Samenwerking
Dit onderzoek kadert binnen het Leader-project ‘Zin voor innovatie: start met nieuwe teelten!’ dat op 1 januari 2017 van start ging in het Leader-gebied Vlaamse Ardennen en loopt tot 30 juni 2019.

       
publicatiejaar2017
afdelingInnovaties
Teelt of thema
  • Bataat
Print

Aantal keer bekeken (8359)/Commentaren (0)

Tags: rassen

Documenten

Links

x