X
GO

Actueel nieuws

Tomaat bemesting maaimeststoffen bioteelt 2015

Tomaat bemesting maaimeststoffen bioteelt 2015

Bemestingsproef biologische teelt – kans voor maaimeststoffen in de teelt van tomaat 2015

Auteur: PCG bio beschutte teelt PCG bio beschutte teelt/dinsdag 15 december 2015/Categorieën: Bio_beschutte_teelt, Vruchtgroenten_BIO, tomaat_BIO, Projecten, Vlaamse Overheid, Dept. L en V, MAST, Thema, bemesting, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Actueel, Proefverslag, Niet-leden

Reeds geruime tijd vragen biotelers zich af welke verschillen zich manifesteren in het veld als er met diverse stikstofbronnen gewerkt wordt, dit zowel van plantaardige als dierlijke oorsprong. Om die reden werd 5 jaar geleden een bemestingsproef aangelegd in vruchtgroenten in 2 bio-afdelingen van het PCG. In de ene kas werd verteerde runderstalmest gebruikt als basisbemesting; voor de bijbemesting werd de kas opgesplitst in 2 waarbij de ene helft bloedmeel toegediend kreeg, de andere helft kippenmestkorrels. De andere kas kreeg in het verleden groencompost als basisbemesting; de bijbemesting in deze plantaardige kas bestond uit sojaschroot en moutkiemen. Het laatste jaar werd de basisbemesting in beide afdelingen vervangen door deels maaimeststoffen in te werken, om de kansen voor maaimeststoffen in de teelt van vruchtgroenten in verwarmde kas te bekijken.

Objecten
Basisbemesting: met en zonder maaimeststoffen. Bijbemesting: Bloedmeel 14-0-0 (Orgamé), Activit bio Kippenmest 4-3-3 (Orgamé), Soja 7-0-0 (Orgamé), Moutkiemen 3-0-0 (Orgamé).

Resultaten
Onderstaande uitgebreide tabellen kunnen in het bijhorend verslag geraadpleegd worden:

  • Tabel: Inhoud maaimeststoffen
  • Tabel 3: Bemesting
  • Grafiek: Bodemresultaten N-mineraal objecten met en zonder maaimeststof
  • Grafiek: Bodem minerale N (NH4+ + NO3-) (kg N/ha)
  • Tabel: Vergelijk aantal eenheden (kg N/ha) bijbemest in objecten met en zonder maaimeststoffen, in de 2 afdelingen
  • Grafieken: Mineralisatie uit bodem organische stof. Verschil in werking maaimeststof tussen bijbemesting met dierlijke meststof (bloedmeel) en plantaardige meststof (moutkiemen)
  • Grafiek: Stikstofopname op 2 verschillende ogenblikken, bij al dan niet toediening van maaimeststof als basisbemesting in een afdeling met een achtergrond van dierlijke bemesting met verteerde runderstalmest (serre 9b) of plantaardige bemesting met groencompost (serre 9c).
  • Tabel 3: productiegegevens 05-05 tem 04-11
  • Grafiek: Bemestingsproef trostomaat – Cumulatieve totale productie
  • Tabel 4: Vruchtgegevens

Bespreking
Aangezien het om een demonstratieve proef zonder herhalingen gaat, was het onmogelijk om enige statistische verwerking uit te voeren op de resultaten. 

Bemestingsproef biologische teelt – kans voor maaimeststoffen in de teelt van tomaat 2015

Figuur 2: Foto proefopstelling bemestingsproef.

De maaimeststoffen die bij het begin van de teelt werden ingewerkt, was ingekuilde grasklaver. Dit had uiteraard een praktische reden. De maaimeststoffen moeten een drietal weken voor het planten ingewerkt worden, wat in de praktijk tijdens de maand januari is. Op dat ogenblik zijn er van buitenaf nog geen verse snedes beschikbaar. Bij de objecten waar er voorzien was om maaimeststoffen toe te dienen werd er gestreefd naar een toediening van 250 E. Het inwerken van dergelijke hoeveelheid was niet zo evident.

De soort bijbemesting was uiteraard afhankelijk van het object. De aansturing van bijbemesting gebeurde op basis van de bodemanalyses. Er werd telkens bijgestuurd naar behoefte.

Doorheen het seizoen werd uiteindelijk het meest bijbemest met organische korrel in de objecten waar geen maaimeststoffen werden toegediend omdat uit bodemanalyses bleek dat de behoefte daar groter was. 

Wanneer het N-mineraal doorheen de tijd vergeleken wordt van de verschillende objecten, kwam duidelijk naar voor dat het nulobject (= de randrijen waar enkel een basisbemesting met maaimeststoffen werd toegepast maar geen bijbemesting) een lagere trend vertoonde. Bij aanvang van de teelt zagen we eveneens dat de objecten waar een basisbemesting van maaimeststoffen werd toegediend een hogere minerale N aanwezig was dan in de objecten waar er geen basisbemesting werd toegediend. Wegens technisch defect van de magneetkraan werd het object moutkiemen zonder en met maaimeststoffen erg op de proef gesteld aangezien het één nacht teveel water toegediend heeft gekregen. Deze uitspoeling van nutriënten weerspiegelt zich in de grafiek. De objecten waar bijbemest werd vertoonden duidelijk meer schommelingen dan het nulobject.

Zowel bij het begin, het einde als in het midden van de teelt werd de bodemminerale N bepaald op 60 cm diep. Hier was het echter moeilijk om verbanden te zien, aangezien er op geregelde tijdstippen bijbemest werd.

Bij het interpreteren van de grafieken die de resultaten van de incubatieproef weergeven, bleek dat de mineralisatie uit bodemorganische stof beperkt was. Ook het verschil in werking van de maaimeststoffen tussen dierlijke en plantaardige bemesting was beperkt.

De stikstofopname in de plant werd zowel bij het midden van de teelt, als op het einde van de teelt in kaart gebracht. Bij beide momentopnames was het N-gehalte in de plant hoger bij de objecten waar geen maaimeststof werd toegediend als basisbemesting. Dit is logisch te verklaren aangezien er in deze objecten meer bijbemest werd. 

Wanneer de opbrengstgegevens met elkaar vergeleken worden kon omtrent het gebruik van maaimeststoffen geen trend waargenomen worden. Het object zonder basisbemesting, maar met een bijbemesting van bloedmeel scoorde onverwachts minder goed in opbrengst. De objecten waar bijbemest werd met kippenmestkorrels en sojaschroot hadden dan weer een positieve trend in productie.

Besluit
De verschillen tussen de objecten zijn minimaal. Bij het vergelijken van de verschillende bijbemestingsvormen komen sojaschroot en kippenmestkorrels er iets beter uit, hoewel dit niet statistisch kon aangetoond worden aangezien het om een demoproef zonder herhalingen gaat. Het is op dit ogenblik te voorbarig om conclusies te trekken over de kansen van maaimeststoffen in biologische teelt van vruchtgroenten in kas. Voorlopig is dit nog maar één jaar uitgetest. Indien er effect zou zijn, zal dit vermoedelijk over de teeltjaren op langere termijn heen zijn.

Volledig rapport Bemestingsproef biologische teelt – kans voor maaimeststoffen in de teelt van tomaat 2015

Samenwerking
Deze proef werd uitgevoerd in het kader van een ADLO bio-project “Stikstofwerking van maaimeststoffen in relatie tot toedieningswijze en bodemconditie”.

 


publicatiejaar2015
afdelingBiologisch glas
Teelt of thema
  • Tomaat
Print

Aantal keer bekeken (7519)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x