X
GO

Actueel nieuws

Bataat rassen open lucht 2016

Bataat rassen open lucht 2016

Demonstratieve rassenproef bataat in openluchtteelt 2016

Auteur: Tack Annelien/donderdag 15 december 2016/Categorieën: Openluchtteelt, Andere gewassen, bataat, Innovaties, bataat, Projecten, Provincie Oost-Vlaanderen, BATA, Thema, rassen, proefverslag, Actueel, Proefverslag, Niet-leden

Deze proef werd aangelegd om de mogelijkheden van de teelt van bataat in openluchtteelt in Vlaamse omstandigheden na te gaan. Er werden 6 rassen geplant.

Bataat of zoete aardappel (Ipomea batatas) is een tropische plant van de familie van de Convulvulaceae. Denk maar aan bijvoorbeeld haagwinde die zich ook onder deze familie bevindt. De meeste bataat-variëteiten maken ook deze lange ranken die de bodem bedekken. Ondergronds vormen zich verdikkingen van de wortels die we na één groeiseizoen kunnen oogsten.

Bataat is een warmteminnend gewas die bodemtemperaturen onder 10° Celsius moeilijk verdraagt. Ook bestaat de kans dat jong plantgoed nog nachtvorst te verduren krijgt als er geplant wordt voor de ijsheiligen. Daarom durven momenteel niet veel telers het aan om dit gewas bij ons te telen. Ook is er momenteel niet veel betaalbaar plantmateriaal voorhanden. Het plantgoed is duur en met een onzekere opbrengst en een hogere kans op mislukking is het heel begrijpelijk dat er niet veel telers op deze teelt inzetten. Daarom opteerden we er op het PCG voor om niet enkel een openluchtteelt maar eveneens een teelt onder beschutting, met name in niet verwarmde koepels, te testen.

Bataat is een veel geteeld gewas in andere delen van de wereld waarvoor zeker mechanisatie voorhanden is. Deze mechanisatie is hier nog niet voldoende gekend of verspreid wat een struikelblok kan zijn voor een teler om met deze teelt te starten. Machinaal planten en oogsten is een must in deze teelt.

Is de teelt van bataat mogelijk in ons klimaat?
Zijn er bepaalde rassen die het goed of minder goed doen?
Zijn de opbrengsten bevredigend?
Hebben we een verkoopbaar product kunnen telen?
Waren er problemen tijdens de teelt?
Wat is de ideale teeltduur in onze contreien?


Objecten
Evangeline (Graines Voltz), Bonita (Graines Voltz), Murasaki 29 (Graines Voltz), Orléans (Graines Voltz), Beauregard (Graines Voltz), CaliforniaBeauregard.

 

Resultaten
De tabellen met de gewas- en opbrengstbeoordelingen, sortering en percentage droge stof op zoete aardappelen twee maanden na oogst kunnen in het bijhorend rapport geraadpleegd worden.


Validiteit van de resultaten
Deze proef had vooral een demonstratieve waarde. Het was verkennend onderzoek. De proef lag aan in een beperkt aantal herhalingen. De teelt verliep vlot en zonder noemenswaardige problemen. De resultaten zijn geldig maar hou rekening met bovenstaande.


Bespreking
Voorbereiding
Op 21 mei trok een loonwerker ruggen voor deze teelt. Dit waren ruggen onder zwarte plastiek en met een dubbele t-tape voor de watervoorziening, net zoals courgetteteelt soms gestart wordt. De zwarte plastiek zorgde voor een betere opwarming van de bodem. Een warmere bodem biedt voordelen voor deze teelt.

Bataat: plastiek ruggen trekken

Bataat: plastiek ruggen trekken

 Foto: Plastiek ruggen trekken Foto: Plastiek ruggen trekken

 

Vervolgens plantten we op 23 mei 5 rassen uit in 2 herhalingen. Op 31 mei konden we nog stekken van twee rassen zonder wortel planten. Deze rassen werden in 1 herhaling uitgeplant. We zorgden voor voldoende vocht in de bodem zodat de wortelvorming vlug op gang kon komen.

Geregeld wiedden we de tussenruimte tussen de zwarte plastiek ruggen. Dit gebeurde meestal met een kleine frees totdat de bodem mooi overgroeid was.

De vochtigheid van de bodem werd van nabij opgevolgd en wanneer nodig geïrrigeerd zodat de planten goed konden doorgroeien.

Bemesting
Vooraleer ruggen werden getrokken werd bemest. De bemesting gebeurde op basis van bodemstalen. We gaven 240 eenheden kalium en de hoeveel stikstof werd aangevuld tot 150 eenheden. Eind augustus zagen we dat de hoeveelheid stikstof gedaald was ten opzichte van eind juli. We opteerden om geen stikstof bij te geven omdat uit de literatuur geweten is dat extra stikstof voornamelijk de groei van bladmassa stimuleert. De bedoeling was om de energie naar de knolvorming te doen gaan en niet naar extra bladmassa.

Drie weken later namen we opnieuw een grondstaal om de evolutie te volgen van de stikstof in de bodem. Toen zagen we een sterke stijging van de aanwezige stikstof. Vermoedelijk kan dit toegewezen worden aan het op gang komen van de mineralisatie doordat de bodem van een vrij droge toestand naar een nattere toestand is geëvolueerd door de nattere weersomstandigheden en wat meer watergift.

Gewasbeoordeling
De gewasbeoordelingen toonden aan dat de geplante rassen vrij goed weggroeiden en dat bataat een heel sterke plant is met een vlotte groei. We kunnen opmerken dat nog voor het uitplanten het plantgoed in de trays hier en daar last had van zonnebrand.

Het stekmateriaal deed het iets minder goed want dat plantmateriaal had er al een gekoeld transport van Spanje op zitten. Vooral het stekmateriaal van Beauregard kende redelijk wat wegval.

Bladvlekken op bataatblad

Bataat situatie op 12 augustus 2016

 Foto: Bladvlekken op bataatblad Foto: Situatie op 12 augustus 2016

 

De rassen gekweekt uit de stekken groeiden veel slechter weg en bleven ook achter in groei. Dit was zichtbaar tot op oogstdatum.

Begin augustus waren lokaal wat bladvlekken te zien op een beperkt aantal planten. Vooral het ras Bonita had hier last van. Dit breidde zich niet uit. Het gewas bleek er weinig tot geen last van te ondervinden. 

Snoeien loof
Eénmaal snoeiden we het loof terug zodat het pad tussen de plastiek ruggen opnieuw zichtbaar werd. Zo overgroeiden de rassen die meer en langere uitlopers vormden de andere rassen niet. Ook konden de uitlopers op deze manier geen nieuwe wortels vormen verder in het veld. Bedoeling van het snoeien was eveneens dat de planten hun energie in de wortelvorming zouden steken in plaats van in de bladvorming. Echter, in de literatuur bestaat geen éénduidigheid over de eventuele positieve invloed van terugsnoeien van het loof op de ontwikkeling van de wortels.

Stoppen watergift
Minstens één week voor oogst stopten we de watergift zodat we konden oogsten in drogere omstandigheden. Dit komt ook de bewaring van de knollen ten goede.

Oogstwijze
We hadden al wat ervaring met de oogst van bataat want we oogstten eind augustus al éénmaal in koepel. We trachtten het manuele werk wat te reduceren door het loof te klepelen met een klepelmaaier. De plastiek en t-tapes haalden we manueel weg.

Bataat klepelen loof

Bataat rooien met AVR aardapplerooier

 Foto: Klepelen van het loof  Foto: Bataat rooien met een AVR aardappelrooier

 

De oogst gebeurde met een kleine AVR-aardappelrooier. De grond werd losgeschud, de knollen losgemaakt en via een transportband naar boven gebracht waarna ze opgevangen werden in kisten. De oogstschade aan de knollen bleef beperkt tot wat schade aan de schil.

Bewaring
Na oogst kregen de knollen de kans tot wondheling bij een hogere temperatuur.

De literatuur stelt dat de oogst idealiter de eerste 5 tot 7 dagen aan 29-32 °C en 85-95 % relatieve vochtigheid bewaard wordt, waarna de volgende 6 weken bewaring in een goed verluchte bewaringsruimte aan 12,5-18,5 °C en 85-90 % relatieve vochtigheid aangeraden wordt.

Hiervoor plaatsten we de oogst 10 dagen in een verwarmde ruimte met een temperatuur van 30 °C. Daarna stockeerden we de oogst in een verwarmde loods (15° C) en afgeschermd van licht.

Opbrengst en sortering

De bodemtemperatuur laat je bij voorkeur niet onder 10 °C zakken. Daarom kon ook niet veel langer meer gewacht worden dan 13/10/2016 om te oogsten. De verkoopbare opbrengst was sterk rasafhankelijk. Ook zagen we een duidelijk verschil in de latere geplante stekken en de eerder geplante trayplanten.

Bataat sortering rassenonderzoek openluchtteelt 2016

Bataat sortering rassenonderzoek openluchtteelt 2016


Over het algemeen kon de opbrengst zeker bekoren voor een teelt waar we hier nog weinig kennis over hadden. We konden ook vergelijken met de teelt onder koepel en zagen dat het loof van de zoete aardappelen in koepel vlugger groeide en volumineuzer was dan dat van de openluchtteelt. We hadden dan ook een sterk lagere opbrengst verwacht in de openluchtteelt. De opbrengst van de meeste rassen was inderdaad een stuk lager, maar de opbrengst viel zeker niet tegen. De verkoopbare tonnages schommelden tussen 22 en 44 ton per hectare. Het ras California behaalde zelfs een hogere opbrengst dan in de teelt onder koepel.

Bataat aantasting door bodeminsecten

Bataat trayplantje Graines Voltz

 Foto: Schade van bodeminsecten  Foto: Trayplantje Graines Voltz - ©Graines Voltz

 

Wat wel opviel was een aantasting van bodeminsecten. Veel zoete aardappelen vertoonden kleine oppervlakkige gaatjes. Hierdoor kwamen heel veel knollen in een mindere sortering terecht.  Twee maanden na oogst voerden we deze sortering uit op basis van grootte, vorm en ziekte. Op het eerste gezicht zagen we bij de meeste rassen vrij grove sorteringen.

We baseerden ons op een bestaande sortering die gebruikt wordt/werd in de Verenigde Staten van Amerika. In bijlage het document waar we ons op baseerden. Zo kwamen we uit op 7 sorteringen:

  • Knollen met ziektesymptomen
  • Misvormde knollen
  • Te kleine knollen
    •  < 3,5 cm diameter
  • US N° 1
    •  > 7,5 cm lengte
    •  < 25 cm lengte
    •  > 4,5 cm diameter
    •  < 9 cm diameter
    •  Max 566 gram
    •  Geen afwijkingen of schade
    •  Fairly well shaped
      ''Fairly well shaped'' means that the sweetpotatoes are not so curved, crooked, constricted or otherwise misshapen as to materially detract from the appearance of the individual sweetpotato or the general appearance of the lot.
  • US N° 1 Petite
    •  > 7,5 cm lengte
    •  < 18 cm lengte
    •  > 3,5 cm diameter
    •  < 6 cm diameter
    •  Geen afwijkingen of schade
    •  Fairly well shaped
  • US Commercial
    •  > 7,5 cm lengte
    •  < 25 cm lengte
    •  > 4,5 cm diameter
    •  < 9 cm diameter
    •  Max 566 gram
    •  Afwijkingen of lichte schade toegestaan
    •  Fairly well shaped
  • US N° 2
    •  >3,5 cm diameter
    •  Max 1019 gram
    •  Not fairly well shaped
    •  Afwijkingen of lichte schade toegestaan


Droge stof
De droge stof bepaling gebeurde twee maanden na oogst. De knollen hadden dus sowieso al wat vocht verloren, zeker door de warmtebehandeling. Tussen de variëteiten was wat verschil op te merken, maar de droge stof bepaling gebeurde niet in herhalingen en op een beperkt aantal knollen. Gemiddeld gezien lag het percentage droge stof op 21 %.

Rassen
De rassen werden aangekocht via Graines Voltz. De plantjes waren opgekweekt in kleine cilindervormige trays met een diameter van 3,5 cm. Rond het cilindertje traygrond zat een cellulose papiertje gewikkeld. Dit verwijderden we vooraleer we plantten.

De stekken van de twee andere rassen kwamen via een Belgische aardappelhandelaar van een Spaanse producent in ons bezit.

De voornaamste karakteristieken per ras worden hieronder besproken.

Evangeline (tray): behaalde een gemiddelde opbrengst (32,8 ton/ha). Mooie oranjerode schil met oranje vruchtvlees. Door de aantasting van bodeminsecten was het aandeel van de betere kwaliteitssortering US N° 1 (Petite) laag. Het percentage US Commercial lag dan weer hoog. Het totale gemiddelde stukgewicht lag aan de lagere kant.

Bonita (tray): Beige schil met soms roze schijn en wit vruchtvlees. Met bijna 43 ton/ha was deze opbrengst meer dan verdienstelijk. Had ook een bovengemiddeld stukgewicht. De aantasting van bodeminsecten was hier iets minder dan bij de andere variëteiten wat het hogere aandeel US N° 1 verklaart. Vaak zijn deze zoete aardappelen iets te lang om binnen een betere sortering te vallen. Dit zie je ook aan het gemiddeld stukgewicht dat vrij hoog is in de US N° 2 sortering.

Murasaki 29 (tray): Mooie paarse schil met witgeel vruchtvlees. Van de trayplanten had deze variëteit de laagste opbrengst (25,4 ton/ha) in deze proef. Gemiddeld gezien zijn de knollen ook een heel stuk kleiner. Ook bij oogst zagen we heel veel fijne lange wortels die dan ook de oogst bemoeilijkten. Dit ras heeft waarschijnlijk meer groeidagen nodig.

Orléans (tray): Oranjerode schil met oranje vruchtvlees. Behaalde de hoogste opbrengst in deze proef (44,2 ton/ha). Had ook de hoogste gemiddelde stukgewichten. Het percentage misvormde knollen was ook in deze proef het hoogst: veelal zijn de knollen bol en rond in plaats van de typische lengte-breedte verhouding van een zoete aardappel. Weinig US N° 1 sortering. De helft van de opbrengst (gewichtspercentage) kwam in de US Commercial sortering terecht, dit meestal door de aantasting van bodeminsecten. 

Beauregard (tray): Oranjerode schil met oranje vruchtvlees. Behaalde eveneens een heel goede opbrengst van bijna 44 ton/ha en mooie gemiddelde stukgewichten. Mooie typische zoete aardappelvormen. Ook hier merken we op dat de sortering soms iets te grof is. Geregeld zagen we te lange zoete aardappelen. Een kwart van de hoeveelheid zoete aardappelen en meer dan een derde van het gewicht van de opbrengst kwam hierdoor in de US N° 2 sortering terecht. Ook hier geldt er dat er qua grootte meer gestreefd moet worden naar meer gemiddelde in plaats van meer grote zoete aardappelen.

California (stek – later geplant): licht oranje schil met oranje vruchtvlees. Deze later uitgeplante variëteit kan in opbrengst niet concurreren met de beste rassen. De opbrengst was net geen 23 ton/ha. Ook de gemiddelde stukgewichten waren laag. 
We zagen in de proef onder beschutting dat een week later planten heel wat productieverlies veroorzaakt. Ook het stekmateriaal groeit slechter weg en heeft hierdoor een achterstand die tot bij oogst zichtbaar is. 
We noteren ook een heel hoog aandeel US Commercial bij dit ras. De aantasting van bodeminsecten was bij California het grootst. 

Beauregard (stek – later geplant): oranjerode schil met oranje vruchtvlees. De sortering was iets groter dan bij California. De totale opbrengst was iets minder (21,9 kg/ha) maar dat komt doordat er meer planten uitgevallen zijn net na plant. Het percentage US Commercial was ook relatief hoog: ook hier was er vrij veel schade van bodeminsecten.

 

Besluit
Bataatteelt in openluchtteelt was in 2015 een haalbare kaart.

De teeltduur is best zo lang mogelijk. Vroeg genoeg starten is dus de boodschap. Hou wel rekening met de bodemtemperatuur die best niet onder 10° C zakt. Om de bodem warm genoeg te houden en eventueel om te vervroegen kun je zwarte plastiek ruggen trekken enkele dagen of weken voor plant. Veel zal ook afhangen van het type bodem waarop je wil bataat telen.

Hou er ook rekening mee dat vorst een dooddoener is voor zoete aardappel. Afdekken met vliesdoek of plastiek kan in sommige jaren dus noodzakelijk zijn.

In deze proef kunnen verschillende rassen zeker bekoren. Orléans, Beauregard en Bonita halen goede opbrengsten. Bij Orléans zien we wel relatief veel afwijkende vormen. Evangeline deed het zeker ook niet slecht. Murasaki 29 viel, zeker qua opbrengst, tegen. 

De later geplante stekken van California en Beauregard blijven achter in productie. 

Als je kunt kiezen tussen gewortelde plantjes en wortelloze stekken is de keuze vlug gemaakt. Kies voor gewortelde planten. Ze behouden deze voorsprong tot bij de oogst. Wat momenteel een probleem is, is de hoge kost van het plantmateriaal (gewortelde trays) dat te koop aangeboden wordt. Dit kan omzeild worden door zelf je plantmateriaal te kweken. In de volgende jaren zal het PCG onderzoeken hoe je dit best aanpakt en wat wel en niet mag.

Een ander probleem dat zeker verder onderzocht moet worden is de schade van bodeminsecten. Waarschijnlijk is dit perceelsafhankelijk. Veel zoete aardappelen kwamen hierdoor in een minder voordelige klasse terecht. 

Als je de schade door de bodeminsecten wegdenkt zijn de geteelde zoete aardappels in deze proef een mooi verkoopbaar product. Wellicht is de plantafstand nog niet ideaal waardoor er bij bepaalde variëteiten iets te veel grote zoete aardappelen waren. Voor de versmarkt wordt echter gestreefd naar meer knollen met een middelmatige knolgrootte.

Verklaring van de kwaliteitsverantwoordelijke
De kwaliteitsverantwoordelijke verklaart dat dit onderzoek werd uitgevoerd volgens de kwaliteitsborgingspunten vastgelegd in het intern kwaliteitssysteem van het PCG.

 

Samenwerking
Deze proef werd uitgevoerd in kader van het provincieproject duurzame ontwikkeling ‘Teelt van bataat: potentieel voor onze regio?’.



publicatiejaar2016
afdelingInnovaties
Teelt of thema
  • Bataat
Print

Aantal keer bekeken (13534)/Commentaren (0)

Tags: rassen

Documenten

Links

x