X
GO

Actueel nieuws

Enquête 'Irrigatie en bemesting in de slateelt'

Enquête 'Irrigatie en bemesting in de slateelt'

In het kader van het IWT-project REDUNG ‘Reductie van de nitraatuitspoeling in de grondgebonden groenteteelt onder beschutting door beredeneerde watergift en bemesting’.

Auteur: Crappé Sara/dinsdag 15 december 2015/Categorieën: Gangbare glasteelt, Bladgewassen, kropsla, Bodem en bemesting, Water, Projecten, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), REDUNG, Thema, bemesting, Water, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Actueel, Proefverslag, Niet-leden

Voor het IWT-project REDUNG, dat als volledige titel ‘Reductie van de nitraatuitspoeling in de grondgebonden groenteteelt onder beschutting door beredeneerde watergift en bemesting’ heeft , werd een inventarisatie van de sector uitgevoerd.

Hiervoor werden 29 slabedrijven (serresla, grondteelt) verspreid over de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen geënquêteerd. De enquête bevatte vragen rond bemesting en irrigatie. Aansluitend op de enquête werd de uniformiteit van de beregening getest en werd aan de telers gevraagd om gedurende een jaar bemestings- en irrigatiegegevens van de teelt bij te houden. In dit artikel worden enkele interessante resultaten van dit onderzoek meegedeeld.

Bodemsoort
De bodemsoort is een belangrijk gegeven bij onderzoek rond irrigatie en bemesting. Op 26% van de geënquêteerde bedrijven kwam een zandgrond voor (10% zand, 5% fijn zand en 11% grof zand), 58% van de bedrijven had een bodem die uit zandleem bestond (21% lichte zandleem, 23% zandleem en 14% lemig zand), een leembodem werd op 15% van de bedrijven teruggevonden (12% lichte leem en 3% leem).

Van de geënquêteerde bedrijven maakt 62% gebruik van regenwater voor de irrigatie (zie Figuur 1).

Figuur 1: Gebruikte watersoort op de geënquêteerde bedrijven

Figuur 1: Gebruikte watersoort op de geënquêteerde bedrijven

Daarvan heeft 49% voldoende opvang om jaarrond met regenwater te irrigeren, de andere 13% vult aan met leiding-, boorput- of drainagewater. 38% van de bezochte bedrijven irrigeert uitsluitend met boorputwater. Op 54% van de bedrijven zijn er 2 tot 3 leidingen per 4 meter geïnstalleerd, 1 op 4 heeft minder dan 2 leidingen per 4 meter en op 20% van de bedrijven werden 3 of meer leidingen per 4 meter geteld. De meest populaire afstand tussen de doppen is 1,5 meter. Op 85% van de bedrijven zijn de doppen op deze afstand geïnstalleerd.

Bij het soort doppen spant het type DAN brugloos de kroon met 59% van de deelnemende bedrijven. De DAN doppen met brug worden slechts op 9% van de bedrijven teruggevonden. De blauwe en grijze ketsdoppen doen het met respectievelijk 13% en 16% ook niet slecht. De doppen van het type 'Brinkman' komen het minst voor, namelijk op slechts 3% van de geënquêteerde bedrijven. De meeste kappen van de serres op de geënquêteerde bedrijven (70%) zijn 3,2 meter breed, ook 4 meter kappen komen vrij frequent voor (24%). De grootte van de beuken hangt natuurlijk nauw samen met de grootte van de kappen. De beuken zijn bij 57% van de bedrijven 6,4 meter groot (2 kappen van 3,2 meter) en op 23% van de bedrijven hebben we te maken met 8 meter beuken (2 kappen van 4 meter).

Om te beslissen of de teelt water nodig heeft, vertrouwt 86% van de geënquêteerde telers op de eigen ervaring en teeltkennis. 48% gaat, al dan niet aanvullend, een grondboor gebruiken om de vochtigheid van de bodem te controleren alvorens te irrigeren. Hierbij neemt men wat grond, perst het tussen de vingers om het vochtgehalte te bepalen en beslist men of men al dan niet zou irrigeren. Slechts 1 teler gaf aan gebruik te maken van een bodemvochtsensor en ook 1 teler gebruikte advies en voorlichting als beslissingsstrategie (zie Figuur 2).

Figuur 2: Beslissingsstrategie voor een gietbeurt op de geënquêteerde bedrijven

Figuur 2: Beslissingsstrategie voor een gietbeurt op de geënquêteerde bedrijven

Uniformiteit van de beregening
Op veel bedrijven scoort de uniformiteit van de beregening niet zo goed. Met 'uniformiteit van de beregening' wordt het gelijkmatig verdeeld zijn van het gegeven water over het teeltoppervlak bedoeld. Hoe uniform de beregening is, hangt natuurlijk af van verschillende factoren. Voor de hand liggend zijn het type doppen dat gebruikt wordt, de afstand tussen de leidingen en de afstand tussen de doppen.

Tijdens de teelt kunnen verstoppingen optreden, waardoor het dopdebiet kan gaan afwijken. Om dit te vermijden moeten de doppen regelmatig gereinigd worden. Ook filters aanwezig in het irrigatiecircuit moeten geregeld schoon gemaakt worden om een voldoende druk te garanderen. Controleer tussen twee rondes telkens de beregening zodat defecte doppen tijdig opgespoord en vervangen kunnen worden. Hoe uniform de beregening is, is moeilijk op het zicht te zien. Wil je zelf de uniformiteit van de beregening controleren dan kan je als volgt te werk gaan:

Plaats twaalf bekers in groepjes van vier onder de beregening, een groepje aan het begin, een groepje in het midden en een laatste groepje op het einde van de leiding. Zorg ervoor dat binnen elk groepje telkens één beker onder de leiding onder een dop staat, één beker onder de leiding tussen twee doppen, één beker tussen twee leidingen ter hoogte van een dop en een laatste beker tussen twee leidingen tussen twee doppen (zie Figuur 3). Schakel de beregening gedurende enkele minuten aan en meet nadien met een maatbeker hoeveel water in elke beker is terechtgekomen

Figuur 3. - Opstelling voor het controleren van de uniformiteit van de beregening

Figuur 3. - Opstelling voor het controleren van de uniformiteit van de beregening

Hoeveel water wordt gegeven in de slateelt?
De verzamelde gegevens over de irrigatie per jaar werden verwerkt per teeltperiode (zie Tabel 1) . Zoals verwacht wordt het meest water gegeven in de zomerteelten en het minst in de winterteelt. Binnen eenzelfde teeltperiode zijn echter vrij grote verschillen aanwezig in de hoeveelheid gegeven water per teelt. Dit doet vermoeden dat de hoeveelheid water die gegeven wordt vaak afwijkt van de optimale watergift voor sla. De hoge en lage watergiften konden ook niet direct gelinkt worden aan de bodemsoort. Het is dus niet zo dat de hoogste giften telkens op de lichtste bodems toegediend werden en vice versa.

Tabel 1. - Watergift per teeltperiode op de geënquêteerde bedrijven

Tabel 1. - Watergift per teeltperiode op de geënquêteerde bedrijven

Bemesting
Advies (57% van de telers) en prijs (46% van de telers) van de meststof zijn de belangrijkste drijfveren om een bepaalde meststof te kiezen. 14% van de telers geeft aan seizoensgebonden een keuze te maken en evenveel telers rekent ook op de eigen ervaring voor de meststoffenkeuze. 25% van de geënquêteerde telers geeft aan belang te hechten aan het gehalte aan ballaststoffen van de meststoffen, waarbij chloor-, natrium- en sulfaatgehalte van de meststoffen het meest belangrijk zijn.

Ook bij het advies wordt rekening gehouden met deze meststofsamenstelling. 63% van de telers dient de meststoffen toe met een meststoffenstrooier en 37% doet dit handmatig. In de enquête werd ook gevraagd of de telers al dan niet bemesten op basis van een bepaald advies: in 73% van de gevallen werd deze vraag positief beantwoord.

Figuur 4: Keuzebepaling meststof op de geënquêteerde bedrijven

Figuur 4: Keuzebepaling meststof op de geënquêteerde bedrijven

Welke meststoffen worden gebruikt in de slateelt?

Bemestingsgegevens werden verzameld van in totaal 51 teelten bij 17 verschillende telers. De resultaten worden voorgesteld in Tabel 2, waarbij de meststoffen volgens het aantal toepassingen zijn gerangschikt. Blaukorn premium en patentkali zijn met voorsprong de meest gebruikte stikstof- en kalimeststof. In de bemestingsproeven die ook in dit nummer beschreven staan, werden deze meststoffen terecht als standaard voor de sector beschouwd. Meststoffen als Floranid Summer, Unimix A en Vivikali die ook in deze proef worden getest als mogelijkheden om minder zoutaccumulatie te bekomen, blijken nog veel minder gebruikt te worden. De resultaten van de bemestingsproef vind je terug in het document 'Eerste resultaten van minder verzoutend bemesten in de slateelt'.

Tabel 2. - Bemestingsgegevens van 17 van de geënquêteerde bedrijven

Tabel 2. - Bemestingsgegevens van 17 van de geënquêteerde bedrijven

Enquête 'Irrigatie en bemesting in de slateelt'

Meer info?
Sara Crappé

Samenwerking
          

Met de financiële steun van

publicatiejaar2015
afdelingGangbaar glas
Teelt of thema
  • Kropsla
Print

Aantal keer bekeken (10974)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x