X
GO

Actueel nieuws

Prei Pseudomonas in vivo test 2014

Prei Pseudomonas in vivo test 2014

Bacteriofagen tegen Pseudomonas in prei in vivo test 2014

Auteur: Volckaert Anneleen/maandag 15 december 2014/Categorieën: Openluchtteelt, Prei, Projecten, Vlaamse Overheid, VLAIO (ex IWT), BEBA, Thema, gewasbescherming, ziekten, Voorlichting, proefverslag, projectinfo, Proefverslag, Niet-leden

Deze proef werd uitgevoerd om de werkzaamheid van bacteriofagen tegen Pseudomonas syringae pv. porri in vivo - in een pottenproef prei, onder gecontroleerde omstandigheden - te onderzoeken.

Beheersing van plantenziekten veroorzaakt door bacteriën is een frustrerende aangelegenheid. De mislukking is vooral het gevolg van de genetische diversiteit binnen een bepaalde bacteriesoort, het afwezig zijn van duurzame resistentie in planten, de snelle aangroei van bacteriecellen onder optimale omgevingscondities en het ontbreken van een bacteriedodende behandeling.

In het IWT project 100881 'Beheersing van bacteriële pathogenen bij de opkweek van kolen en prei' - waarin voornamelijk Pseudomonas syringae pv. porri in prei en Xanthomonas campestris pv. campestris in kool bestudeerd worden - wordt onderzocht of bacteriofagen als innovatieve biologische gewasbescherming kunnen ingezet worden tegen deze bacterieziekten.

Bacteriofagen of kortweg fagen zijn kleine virussen, veilig voor de mens, die specifieke bacteriën infecteren. Ze gebruiken de replicatiemechanismen van hun gastheer om zich te vermenigvuldigen. Op laboschaal werd de werkzaamheid van fagen duidelijk aangetoond.

Deze proef werd uitgevoerd om de werkzaamheid van bacteriofagen tegen Pseudomonas syringae pv. porri in vivo - in een pottenproef prei, onder gecontroleerde omstandigheden - te onderzoeken.

Er werden 6 fagen getest in deze proef, in combinatie met 3 bacterieconcentraties. De fagen en de bacteriën werden ook afzonderlijk getest. Van de bacteriestam werd een verdunningsreeks aangemaakt. Met een naaldje werd een oppervlakkige verwonding aangebracht en werd de bacteriesuspensie in het blad geïnfiltreerd.

Objecten

 

Object

Nummer

Naam

56

Onbehandeld

 

57

10^6 CFBP1687

P. syringaepv.porri

58

10^5 CFBP1687

P. syringaepv.porri

59

10^4 CFBP1687

P. syringaepv.porri

60

10^6 CFBP1687 + Pspo2b.1

P. syringaepv.porri+ faag

61

10^5 CFBP1687 + Pspo2b.1

P. syringaepv.porri+ faag

62

10^4 CFBP1687 + Pspo2b.1

P. syringaepv.porri+ faag

63

Pspo2b.1

faag

64

10^6 CFBP1687 + Pspo3.2

P. syringaepv.porri+ faag

65

10^5 CFBP1687 + Pspo3.2

P. syringaepv.porri+ faag

66

10^4 CFBP1687 + Pspo3.2

P. syringaepv.porri+ faag

67

Pspo3.2

faag

68

10^6 CFBP1687 + Pspo4.1

P. syringaepv.porri+ faag

69

10^5 CFBP1687 + Pspo4.1

P. syringaepv.porri+ faag

70

10^4 CFBP1687 + Pspo4.1

P. syringaepv.porri+ faag

71

Pspo4.1

faag

72

10^6 CFBP1687 + PspoA

P. syringaepv.porri+ faag

73

10^5 CFBP1687 + PspoA

P. syringaepv.porri+ faag

74

10^4 CFBP1687 + PspoA

P. syringaepv.porri+ faag

75

PspoA

faag

76

10^6 CFBP1687 + PspoB

P. syringaepv.porri+ faag

77

10^5 CFBP1687 + PspoB

P. syringaepv.porri+ faag

78

10^4 CFBP1687 + PspoB

P. syringaepv.porri+ faag

79

PspoB

faag

80

10^6 CFBP1687 + PspoP55

P. syringaepv.porri+ faag

81

10^5 CFBP1687 + PspoP55

P. syringaepv.porri+ faag

82

10^4 CFBP1687 + PspoP55

P. syringaepv.porri+ faag

83

PspoP55

faag


 

Nadien werd een nieuwe verwonding gemaakt waarin een faagsuspensie werd ingebracht. Per object werden er 3 planten geïnfecteerd (= 3 herhalingen). Tot slot werden de plantjes 48 uur afgedekt met plastiek om een hoge relatieve vochtigheid te behouden.

Per plantje werd bekeken of de plant ziekte vertoonde, indien wel werd de lengte van de laesie bepaald. Tevens werd bepaald in hoeveel herhalingen de planten infectie vertoonden. In deze proef werd vastgesteld dat 3 bacteriofagen – namelijk 2b.1, A en B – in staat zijn de aantasting door Pseudomonas syringae pv. porri onder de gegeven omstandigheden en tot 4 dagen na de besmetting te onderdrukken.

Na 13 dagen verliezen de fagen duidelijk de strijd. Een volgende stap is een veldproef, daarvoor verwijzen we graag door naar het proefverslag met als titel 'Prei Pseudomonas bespuiting op het veld 2014'.

Bespreking
De kernvraag bij deze proef was: ‘Kunnen bacteriofagen de aantasting door Pseudomonas syringae pv. porri in vivo onderdrukken’?

  • Beoordeling op 15/04/2014
    De proef werd geïnfecteerd en behandeld op 11/04/2014. Vier dagen later, op 15/04/2014, was er duidelijk aantasting in de hoogste concentratie van de bacteriestam (object 57): de laesies waren gemiddeld 13.3 cm. De laesies in object 60, object 72 en object 76 waren significant kleiner dan in object 57. Vier dagen na de infectie met bacteriën en de behandeling met bacteriofagen, kon dus vastgesteld worden dat bacteriofagen 2b.1, A en B in staat waren de aantasting door Pseudomonas syringae pv. porri te onderdrukken.

    In de middelste concentratie van de bacteriestam (in object 58) werden laesies van gemiddeld 6.3 cm vastgesteld. Cijfermatig konden de geteste bacteriofagen de aantasting door Pseudomonas syringae pv. porri onderdrukken. In sommige objecten (61, 73, 77 en 81) kon geen ziekte worden vastgesteld. In de laagste concentratie van de bacteriestam (in object 59), van de bacteriestam met fagen (objecten 62, 66, 70, 74, 78 en 82), van de fagen alleen (objecten 63, 67, 71, 75, 79 en 83) en in het onbehandelde object 56 werd geen ziekte vastgesteld.

  • Beoordeling op 18/04/2014

    Bij deze beoordeling werden geen significante verschillen meer vastgesteld. In het onbehandeld object was er geen aantasting. In de objecten die enkel fagen kregen zou er normaliter ook geen aantasting mogen zijn. Toch werden er laesies vastgesteld in object 71 (faag 4.1) en 83 (faag P55). Wellicht werden niet alle bacteriekolonies (de voedingsbron van de fagen) verwijderd tijdens het productieproces van de fagen waardoor ook bacteriën in de planten werden geïnjecteerd. De laesies bij de plantjes die de hoogste concentratie van de bacteriestam kregen toegediend (object 57) stegen tot 17.3 cm. Cijfermatig waren de laesies in object 60, object 72 en object 76 kleiner dan in object 57: cfr. 5.8, 8.3 en 9.0 cm. De laesies bij de plantjes die de middelste concentratie van de bacteriestam kregen toegediend (object 58) stegen tot 12.0 cm. Cijfermatig waren de laesies in object 61, object 73 en object 77 kleiner dan in object 58: cfr. 2.0, 2.0 en 1.5 cm. Zowel bij de hoogste als bij de middelste concentratie, bleken fagen 2b.1, A en B in staat de laesielengte te verminderen.

    In de laagste concentratie van de bacteriestam (in object 59) werden nog steeds geen symptomen vastgesteld. Er waren wel laesies zichtbaar wanneer er fagen werden toegediend (behalve bij faag B). Deze waarneming kunnen we niet meteen verklaren.

  • Beoordeling op 24/04/2014
    Bij deze beoordeling, 13 dagen na de start van de proef, werden geen significante verschillen meer vastgesteld. In het onbehandeld object was er nog steeds geen aantasting. In de objecten die enkel fagen kregen, enkel in object 71 (faag 4.1) en 83 (faag P55). De laesies bij de plantjes die de hoogste (object 57) en de middelste (object 58) concentratie van de bacteriestam kregen toegediend stegen tot respectievelijk 19.5 en 19.0 cm. De laesies van de plantjes die daarbij ook fagen kregen, steeg ook fel. De fagen waren dus niet meer in staat de bacteriën te onderdrukken.

Besluit
In deze proef werd vastgesteld dat bacteriofagen 2b.1, A en B in staat zijn de aantasting door Pseudomonas syringae pv. porri onder de gegeven omstandigheden en tot 4 dagen na de besmetting te onderdrukken. Na 13 dagen verliezen de fagen duidelijk de strijd.

Samenwerking
Deze proef ligt aan in het kader van het IWT project 'Beheersing van bacteriële pathogenen bij de opkweek van kolen en prei'.

     

publicatiejaar2014
afdelingOpen lucht
Teelt of thema
  • Prei
Print

Aantal keer bekeken (4527)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x