X
GO

Actueel nieuws

Delicatessegroentjes: hoe kleiner, hoe fijner!

Delicatessegroentjes: hoe kleiner, hoe fijner!

Innovaties mei 2015

Auteur: Tack Annelien/donderdag 28 mei 2015/Categorieën: Innovaties, delicatessegroenten_INNO, Projecten, Leader, DELIM DELIV, Thema, rassen, teelttechniek, Voorlichting, projectinfo, Actueel, Niet-leden

Van mini naar micro
In 2014 werd bij de proefaanleg in kader van het project ‘In my backyard: delicatessegroenten op een dienblad!’ gefocust op de teelt van minigroentjes. Deze zijn de laatste jaren langzaam maar zeker een vaste waarde geworden in het assortiment.

Deze groentjes zijn niet alleen gemakkelijker te bewerken maar zitten bovendien ook boordevol smaak en vitamientjes, wat hen erg aantrekkelijk maakt.

De trend ‘hoe kleiner, hoe fijner’ blijft zich echter nog steeds verderzetten. Restaurants en speciaalzaken gaan op zoek naar innovatieve, speciale groentjes. Meer en meer vinden we naast minigroenten nu ook microgroenten op het bord.

Cressen telen
Cressen worden heel vaak op tafels geteeld. De teelt is eenvoudiger en het telen op een hoogte is arbeidsvriendelijker. In biologische teelt is één van de grondbeginselen echter zo veel mogelijk één met de natuur te telen, waardoor er met volle contact met de ondergrond dient geteeld te worden. Een hele uitdaging als het over cressen gaat.

Op vraag van de sector werden verschillende gewassen uitgetest in koepel met als doel deze in het voorjaar te oogsten als microgroente of ‘cresse’ in het stadium van kiemlobben of maximum 1 echt ontluikend blaadje. Op het zaaibed werd een laag van 4 cm organisch materiaal aangebracht voor een betere onkruidbeheersing. Potgrond en groencompost werden vergeleken als organisch materiaal. Verder werd ook het breedwerpig inzaaien vergeleken met het zaaien op rijtjes in functie van het snijgemak.

Uit de proef kwam duidelijk naar voor dat het zaaien op rijtjes (6 of 8 cm tussen de rijen) niet geschikt is voor de teelt van cressen. De plantjes beschikken over te veel ruimte en blijven daardoor laag bij de grond groeien.

Pas in het stadium van babyleaf, wanneer al meerdere echte bladeren aanwezig zijn, blijkt het haalbaar om het gewas te snijden.

Bij breedwerpige zaai met een hoge zaaidichtheid strekken de plantjes zich veel meer en is het wel mogelijk om de steeltjes in een heel vroeg stadium te snijden.

Zowel de potgrond als de groencompost slaagden er de eerste weken goed in om het meeste onkruid tegen te houden. Na verloop van tijd kwam er meer onkruid door bij de bedden met potgrond in vergelijking met de groencompost.

Bij zaai met zaaimachines moet echter opgelet worden met het gebruik van groencompost. De grovere structuur zorgde af een toe voor wat moeilijkheden bij het zaaien en bijgevolg een iets onregelmatigere opkomst.

Om de opbrengst te kunnen vergelijken werd geoogst bij de objecten gezaaid op rijtjes. Door de lage groei hadden de plantjes al meerdere echte bladeren bij oogst. De kostprijs van het zaad verschilt heel sterk van gewas tot gewas, wat het niet voor elke soort haalbaar maakt om deze als cresse te telen en te verkopen.

Van de tien verschillende gewassen die uitgetest werden, (zie tabel 1) bleken bloedzuring en rode basilicum niet geschikt om al in de tweede helft van februari te zaaien. De opkomst was heel traag en erg onregelmatig.

Tabel 1: Cressen 

Tabel 1: Cressen

Ook zuringNobel’ en rode biet Bull’s blood’ lieten lang op zich wachten.

De andere 6 soorten kwamen snel op. Ondanks zijn snelle opkomst vertoonde radijsTopsi’ geen aantrekkelijke eigenschappen voor de teelt als cresse, de kiemlobben worden erg groot terwijl het steeltje heel kort blijft.

KoolrabiDelicatesse blauwe’ blijkt wel aantrekkelijk te zijn. Echter, door zijn erg hoge bladinplanting kan er maar één keer gesneden worden, er is bijna geen hergroei mogelijk.

BladmosterdPurple Frills’, Tatsoirouge Fuego’ en ‘vert Nogaro’& en de grootbladige tuinkers blijken erg geschikt om als cresse te oogsten. Deze 4 soorten komen snel op, hebben een aantrekkelijk uiterlijk en kunnen meerdere malen gesneden worden. Uiteraard komen nog veel andere soorten in aanmerking om uit te proberen!

Gekleurde radijsjes
In een tweede proef werden verschillende soorten gekleurde radijsjes (zie Tabel 2) vergeleken op vlak van uniformiteit, uiterlijk en kwaliteit.

Tabel 2: Rassen radijsjes

Tabel 2: Rassen radijsjes

Alle geteste rassen kwamen in de proef erg uniform op en vertoonden een goede gewaskwaliteit. Per soort werden 2 verschillende rassen getest.

rode radijsjes bleek ‘Celesta’ duidelijk vroeger dan ‘Cherry Belle’, de radijsjes van ‘Celesta’ waren ook bijzonder uniform.

Bij de paarse radijsjes werd weinig verschil aangetroffen tussen de twee rassen. Bij ‘Malaga’ leek de paarse kleur af en toe minder egaal voor te komen.

Bij de witte kegelradijsjes was een duidelijk verschil waarneembaar qua vorm. ‘Eiszapfen’ leverde erg smalle, lange kegelradijsjes met lang loof, terwijl ‘White breakfast’ dikke, korte kegelradijsjes gaf met kort loof.

De witte ronde radijsjesSniezka’ hadden een eerder afgeplatte vorm, terwijl ‘Pearl’ mooie, bolronde radijsjes leverde.

Bij de gele radijsjes tenslotte was weinig verschil waar te nemen in uiterlijk.


In samenwerking met

      

Print

Aantal keer bekeken (20706)/Commentaren (0)

Documenten

Links

x